Tagarchief: Willem GIJSSELS

ZO MEN BEWAARDE… Willem Gijssels

ZO MEN BEWAARDE…
Naar Charles Vildrac.
Willem Gijssels

Zoo men bewaarde, sedert jaar en jaar.
zoo men bewaarde, zacht en geurenzwaar,
de haren aller vrouwen die eens waren,
de blonde haren en de zilvren, altijd aan,
nachtzwarte manen, vachten van saffraan,
en haren in de kleur van doode bláren,
zoo men ze wilde, sedert altijd aan,
te samen knopen en tot zeilen weven

die varen op de zee.
er zouden zijn zooveel zooveel op zee,
van rode haren en van heldere mee,
en haren uit starloozen nacht gereven
er zouden zooveel zijden zeilen zweven
ter zonne blinkend, zwellend in den wind,
dat grijze vogels zwervend op de zee,
dat al die groote vogels voelen zou’n gezwind
en worden vaak gewaar,
de kussen stijgend op uit al dit haar,
de kussen die men smeet op al dit haar,
en die vergingen met den groten wind.

Zo men bewaarde sedert jaar en jaar,
zo men bewaarde, zacht en geurenz waar.
de haren aller vrouwen die eens waren,
de blonde haren en de zilvren. altijd aan,
nachtzwarte manen, vachten van saffraan,
en haren in de kleur van doode blaren,

zo men ze wilde, sedert altijd aan,
te samen knopen en tot koorden wringen,
En dan, als men er meè
al de gevangenen aan groote ringen deè
en wandlen liet gelaten en gedwee
tot ’t einde van hun stringen,

de harenzelen zouden lang, zoo lang,
afrollen aan den drempel van ’t gevang,
dat elk gevangne, met zijn lijdenskruis
zou kunnen gaan zijn gang
tot aan zijn huis…
Zo Klotho voor mijn lot niet spinnen moeste,
de korte draden van mijn leven, maar
de vele haren, alle lang en zwaar,
in kleur van zonnegoud, in kleur van roeste,
In kleur van ravenvlerk

en kleur des zit vren stammes van den berk ,
zo Klotho van haar rokken spinnen moeste
de haren aller vrouwen die eens waren,
ik werd zo oud, zoo enig en zoo moe,
hoog op mijn toren, met mijn oogen toe,
en zonder hoop op iets dat komend is,
ik werd zoo zwaar van zwaar geheugenis
van doden steeds herdacht
dat ‘k roepen zou de Dood! — uit al mijn macht !

1926 SADI 2201

Advertenties

NACHTWANDEL 6 Willem Gijssels

 

NACHTWANDEL 6
Willem Gijssels

O, gij die steeds mijn uitverkoren waart,
Ik min u zeer; wij kinderen dezer aard
Vermogen niets dan niet ons bloed te minnen

Dwaallichten zijn de dromen voor den geest.
Wie op den dool in nevelen is geweest,
Verademt, eens de veilige haven binnen

Zo vlood van mij de dwaze hersenschim
Nu dat ik voel, gelijk een scherpe vlim
Uw zoen op mijne vurige lippen branden.

O, dat ik u bezien kan en geniet,
Als waart gij mij een vleesgeworden lied,
Een droom dien ‘k strelen kan met mijne handen!

Nieuwjaarskaartje verstuurd 1925 05cent ALBERTDONKER158 M 401

NACHTWANDEL 5 Willem Gijssels

NACHTWANDEL 5
Willem Gijssels

Ik voel al de ijdelheid van woorden,
Die sterven gaan gelijk ’t gestraal.
Der sterren, die mijn leven stoorden
Door de angst voor haar geheimtaal

Ik voel van boven mij getogen
Den nacht waarin ‘k verzonken lag;
En als een leeuwerik in den hogen,
Begroet mijn hart den nieuwen dag.

en de laatste van de serie LEO

NACHTWANDEL 4 Willem Gijssels

 

NACHTWANDEL 4

Willem Gijssels

Een vlugge pijn benauwt mijn borst;
‘k Hoor ’t wilde sagen eener klacht,
Of iemand al den weemoed torst
In ’t zware wegen van den nacht!

Of iemand zijnen starrendroom
Voor altijd wilde dromend zijn,
En bij ’t geritsel van een boom
Verkrimpt van ongekende pijn.
O, hart dat spreekt van eeuwigheid
In ’t stille \veenen van den nacht,
Uw woord is nog niet uitgezeid,
Als reeds uw droom is uitgedacht!

nr4 zelfde model rond 1925

NACHTWANDEL 3 Willem Gijssels

NACHTWANDEL 3
Willem Gijssels

Welkome stonden van den lentenacht,
Glijdt langzaam heen, laat nog uw tred verzachten.
Eens nadert ons de laatste nacht der nachten!

De vijver spiegelt, wijl in diepen slaap,
De leliën uit zijn innigheid geschapen.
Eens komt het uur dat wij voor eeuwig slapen!

De glim der maan die over water gaat,
Lijkt dien der dood op een gelaat gelaten ;
En spreekt van scheiden, hoe we ’t ook ‘vergaten.

O, kom met mij, gij mijner liefde ster,
Laat onze dromen door elkaar verwerren
Voor de eeuwigheid in ’t licht der eeuwige sterren!

en nog maar ene van de serie heb ze alle vijf maar geen enkel verstuurd ziet er een beetje te transgender uit vrees ik met die rode lippen of is het toch een vrouw?

 

 

Nachtwandel 2 Willem Gijssels

Nachtwandel 2
Willem Gijssels

Door ’t lover dicht en zwart,
Vol balsem zoet en zuiver,
Gaat soms een vaag gehuiver,
‘k Hoor ’t kloppen van mijn hart.

Door ’t lover pinkt en wenkt
Er hier en daar een sterre.
Dwaalt uw gedachte verre,
Ik raad al wat ge denkt.

Door ’t lover speelt de wind;
Hij wil de stilte breken.
Gij geeft noch taal noch teken,
Ik weet dat gij me mint!

Nieuwjaarskaart 1925 2 x 3 cent albert pc paris972

Nachtwandel 1 Willem Gijssels

Nachtwandel 1

Willem Gijssels

Er hangen in de lucht
Gezangen door ’t gerucht
Des regens onderbroken.
Ze nemen hoger vlucht,
Zodra in de opgeklaarde lucht
Een hemel is ontloken.

Een hemel als een roos,
Die met het laatst gekoos
Der zonne wordt geboren.
0, kom in zoet verpoos,
Wijl boven ons die hemelroos
Haar rozig richt laat gloren.

Het rozig licht verfijnt,
Terwijl de zon verdwijnt;
De nacht gaat zachtjes komen…
Hoe teder u omlijnt
Het licht dat door de bomen schijnt.
O kom met mij daar dromen!

 

 

Postkaart verstuur 1925 zonder postzegel leo 455 2 (bestaat klaarblijkelijk en serie van)