Tagarchief: PIETER MERTENS

IDEAAL! Pieter Mertens

IDEAAL!
Pieter Mertens

Wie draagt in. zijn hoofd niet een hoog ideaal
Dat licht op zijn weg als ’n zonnestraal ?
Men voelt zich verruimd, men voelt zich groot,
Iets ma.chtigs is ’t leven, iets nietigs de dood.

Men voelt zich heilig in zalig genot,
Een heerser, in de eigene ziel een god.
Met scheppende kracht, die leven baart
Uit al de dode dromen der aard.

Vóór mij ligt het leven : een brede baan
Waar ik kop-omhoog naar de zon wil gaan
Met liefde in mijn hart voor mijn volk dat ‘lijdt,
Vooraan bij de vaan, waar Vlaanderen strijdt.

In. mij bruist de jeugd als een bottende kracht,
Een lente die zucht naar zomerpracht.
Mijn leven is liefde voor volk en taal.
Mijn liefde is in ’t leven mijn zonnestraal.
Göttingen. Jan. 1917

postkaart verstuurd rond 1911

Advertenties

AVONDSTEMMING Pieter Mertens

AVONDSTEMMING
Pieter Mertens

Als den avond is nabij,
Zweeft uw zieltje dan mi mij ?

D’avondstemming maakt me rein,
Als uw eigen ziel moet zijn.

‘k Voel me dan in groots genot,
Nad’ren tot mijn Heer en God.

Buigen voel ik bei mijn knien.
Rijdt ge dan voor mij misschien

Heilig in die avondrust
Heeft mijn ziel uw ziel gekust.

Al mijn lijden, al mijn wee
Vlood met ’t slierend windje mee

Beelden kwamen van voorheen.
Hart en hoofdje dicht bijeen.

Zalige stonde ! Zonneschijn
Van mijn droef gevangen-zijn.
Göttingen, ,november 1916.

nieuwjaarskaartje verstuurd rond 1917

ONTWAKEN Pieter Mertens

ONTWAKEN
Pieter Mertens

Uit nare nacht steeg ’t morgenlicht.
En gaf den dag een nieuw gewicht.
Het leven roert, waar ’t licht genaakt !
Een nieuw geluid : «Ons volk ontwaakt »

Een woelend worstlen ! Hier en daar
Een forse stem, een breed gebaar.
Een durversdaad, een hart dat spreekt
En dikgeduinde dijken breekt.

Een storm van stemmen rondom mij,
Van  Vlaandren groot ! » en « Vlaandren vrij.
Een vrijheidskreet in elken mond.
Dat was, mijn volk, uw morgenstond.

Herboren Vlaandren, ‘k juiche toe
Den nieuwen glans op al uw wegen.
‘k Vraag niet van waar. ik vraag niet hoe,
Ik juich met 1. de toekomst tegen.
Göttingen. Dec 1916.

postkaart verstuurd rond 1911

Ach.! Kon ik… Pieter Mertens

Ach kon ik u kussen en kozen,
Mijn liefje., mijn enige schat
Wat gaf mij een wereld van bozen.
Ik koosde en kuste mij zat

Wat kon me die rommel dan schelen
Dat ijdele domme gedoe
Ach! Kon ik mijn lieveke strelen
Ik koosde en ik kuste mij moe

Ik hoore den wind in de bomen.
Die gaat naar mijn lieveke heen.
Ik wilde op een windeke komen.
En kussen heur mondeke kleen

Maar komt weer eens vrede in den lande.
Dan zoek ik  mijn lieveke weer;
Dan leggen we handjes in handen.
En kozen en kussen we weer.

nieuwjaarskaartje verstuurd 1913

Aan Die van Vlaanderen Pieter Mertens

Aan Die van Vlaanderen

Thans loeit en stormt de mensenzee,
« Breek af is ’t ordewoord.
Gij, vrienden, bouwt een werk van vreè:
Bouwt voort!

Er raast een wind van wilden haat
En domme driften dol,
Gij arbeidt voort met kalm gelaat :
Houdt vol!

Al dreigt men U met bars gebaar.
Al schreeuwt men nog zoo luid;
Al viel dan ook een martelaar,
Vooruit!

Eens zal de storm wel stillen gaan.
Dan blijft uw vredeswerk ;
Leg schouder tegen schouder aan,
Weest sterk!

Oh broeder mijn, in kamp en strijd
Om eigen have en goed,
Van een die mint als gij, en lijdt,
Gegroet!

PIETER MERTENS
Göttingen, 20 Nov. ’16.

Nieuwjaarskaartje 1911

Ach! Kon ik… Pieter Mertens

Ach! Kon ik…
Pieter Mertens

Ach! Kon ik 1: kussen en kozen,
Mijn liefje, mijn eenige schat.
Wat gaf mij een wereld van boozen.
Ik koosde en ik kuste mij zat.

Wat kon me die rommel dan schelen.
Dat ijdele. domme gedoe.
Ach! Kon ik mijn lieveke streelen.
Ik koosde en ik kuste mij moe.

Ik hoore den wind in de hoornen.
Die gaat naar mijn lieveke heen,
Ik wilde op een windeke komen.
En kussen heus mondeke kleen.

Maar komt weer eens vrede in den lande.
Dan zoek ik mijn lieveke teer;
Dan leggen we handjes in handen.
En kozen en kussen we weer.

en nog nieuwjaarskaartje zonder jaartal

Aan Die van Vlaanderen Pieter Mertens

Aan Die van Vlaanderen
PIETER MERTENS
Göttingen 20 nov 1916

Thans loeit en stormt de menschenzee,
Breek af » is ’t ordewoord.
Gij, vrienden, bouwt een werk van vreè;
Bouwt voort!

Er raast een wind van wilden haat
En domme driften dol,
Gij arbeidt voort met kalm gelaat;
Houdt vol !

Al dreigt men U met barsch gebaar,
Al schreeuwt men nog zoo luid;
Al viel dan ook een martelaar.
Vooruit !

Eens zal de storm wel stillen gaan,
Dan blijft uw vredeswerk ;
Leg schouder tegen schouder aan,
Weest sterk 1

Oh broedren mijn, in kamp en strijd
Om eigen have en goed,
Van een die mint als gij, en lijdt,
Gegroet

nieuwjaarskaartje zonder jaartal