Tagarchief: PIETER MERTENS

Ach.! Kon ik… Pieter Mertens

Ach kon ik u kussen en kozen,
Mijn liefje., mijn enige schat
Wat gaf mij een wereld van bozen.
Ik koosde en kuste mij zat

Wat kon me die rommel dan schelen
Dat ijdele domme gedoe
Ach! Kon ik mijn lieveke strelen
Ik koosde en ik kuste mij moe

Ik hoore den wind in de bomen.
Die gaat naar mijn lieveke heen.
Ik wilde op een windeke komen.
En kussen heur mondeke kleen

Maar komt weer eens vrede in den lande.
Dan zoek ik  mijn lieveke weer;
Dan leggen we handjes in handen.
En kozen en kussen we weer.

nieuwjaarskaartje verstuurd 1913

Advertenties

Aan Die van Vlaanderen Pieter Mertens

Aan Die van Vlaanderen

Thans loeit en stormt de mensenzee,
« Breek af is ’t ordewoord.
Gij, vrienden, bouwt een werk van vreè:
Bouwt voort!

Er raast een wind van wilden haat
En domme driften dol,
Gij arbeidt voort met kalm gelaat :
Houdt vol!

Al dreigt men U met bars gebaar.
Al schreeuwt men nog zoo luid;
Al viel dan ook een martelaar,
Vooruit!

Eens zal de storm wel stillen gaan.
Dan blijft uw vredeswerk ;
Leg schouder tegen schouder aan,
Weest sterk!

Oh broeder mijn, in kamp en strijd
Om eigen have en goed,
Van een die mint als gij, en lijdt,
Gegroet!

PIETER MERTENS
Göttingen, 20 Nov. ’16.

Nieuwjaarskaartje 1911

Ach! Kon ik… Pieter Mertens

Ach! Kon ik…
Pieter Mertens

Ach! Kon ik 1: kussen en kozen,
Mijn liefje, mijn eenige schat.
Wat gaf mij een wereld van boozen.
Ik koosde en ik kuste mij zat.

Wat kon me die rommel dan schelen.
Dat ijdele. domme gedoe.
Ach! Kon ik mijn lieveke streelen.
Ik koosde en ik kuste mij moe.

Ik hoore den wind in de hoornen.
Die gaat naar mijn lieveke heen,
Ik wilde op een windeke komen.
En kussen heus mondeke kleen.

Maar komt weer eens vrede in den lande.
Dan zoek ik mijn lieveke teer;
Dan leggen we handjes in handen.
En kozen en kussen we weer.

en nog nieuwjaarskaartje zonder jaartal

Aan Die van Vlaanderen Pieter Mertens

Aan Die van Vlaanderen
PIETER MERTENS
Göttingen 20 nov 1916

Thans loeit en stormt de menschenzee,
Breek af » is ’t ordewoord.
Gij, vrienden, bouwt een werk van vreè;
Bouwt voort!

Er raast een wind van wilden haat
En domme driften dol,
Gij arbeidt voort met kalm gelaat;
Houdt vol !

Al dreigt men U met barsch gebaar,
Al schreeuwt men nog zoo luid;
Al viel dan ook een martelaar.
Vooruit !

Eens zal de storm wel stillen gaan,
Dan blijft uw vredeswerk ;
Leg schouder tegen schouder aan,
Weest sterk 1

Oh broedren mijn, in kamp en strijd
Om eigen have en goed,
Van een die mint als gij, en lijdt,
Gegroet

nieuwjaarskaartje zonder jaartal