Tagarchief: PIET AELANDER

VISIOEN Piet Aelander

f

VISIOEN
Piet Aelander
Ik zag u, moedernaakt, voor mijne blikken dansen
Te midden van een wei, waarop de vreemde schijn
Der vreemdgetinte maan, van uit der hemel transen,
Een lichte lage wierp van kobalt met karmijn.

Ge draaide door het gras in wijde, brede kringen
En zwaaide boven ’t hoofd, schier dronken van geluk,
Mijn arm, doorstoken hart waaruit, bij ’t minste wringen,
Het bloed te voorschijn barstte en droop bij elke druk.

Ge draaide immer voort en ’t vocht begon te vloeien,
Eerst over neus en wang, dan over hals en borst
En, buik en benen langs, ik zag de strepen groeien
Totdat geheel uw lijf met vlekken was bemorst.

Ge draaide immer voort. uitzinnig opgetogen
En stampte ’t harte stuk, als ’t leeggesijpeld was….
Ge draaide immer voort, afschuwelijk voor mijne ogen,
Afschuwelijk, rood van ’t bloed in ’t roodgeverfde gras!

Advertenties

De Zomer vlucht Piet Aelander

DE ZOMER VLUCHT
Piet Aelander
Wat geeft het dat de zomer vlucht,
Geen windje meer in ’t lover zucht,
De zon verbleekt ten hemel;
Dat ’t roosje op zijn struik verkwijnt,
Het leven van zijn wang verdwijnt
Met al het blosgewemel !
Wat geeft het dat de winter komt,
Het vogelenkoor in ’t woud verstomt,
En dat, bij duizendtallen,
De blaren uit der bomen kruin,
In kwijnend geel, of rood, of bruin,
Verdroogd ten gronde vallen!
Och kom, wat geeft het dat Natuur
Genaderd zij haar stervensuur,
Wanneer in Mietje’s ogen,
In de ogen van dit godelijk kind,
Ik heel den zomer wedervind,
Zoeven heengevlogen.

Kaartje verstuurd 1922

DIOGENES PIET AELANDER

DIOGENES
PIET AELANDER

t Is noen en vol gewoel in ’t keizerlijk Athene.
Een slag van kluizenaar is plotseling verschenen
En loopt, gelijk een dwaas, in de oude straten rond
Met een handlantaarn gebogen langs den grond.
’t Verschijnsel wordt door elk op luid gelach ontvangen:
Doch hij, als filosoof, gaat onverstoord zijn gangen
En vorst doorheen den drom, ondanks de lachbui, voort.
Een spotter, evenwel, richt tot den man het woord
En vraagt hem. wat hij zoekt. En hij, zeer kalm, met ogen
Waarin men glanzen ziet het licht der hemelbogen,
Oneindig meelij glimt voor elken aardsen wens
En louter liefde straalt, antwoordt : « Ik zoek een Mens!

Verstuurd 1918