Tagarchief: MARIA DE LANNOY.

TOEN WIST IK…. MARIA DE LANNOY

TOEN WIST IK…. MARIA DE LANNOY

Toen wist ik, dat ge mij beminde.
toen mij de luwe zomerwinden
door stille, ster-bezaaide nachten
al uwe lievende gedachten brachten.

‘k Hoor nog alleen in ’t zoel geluchte
de stervensmoede winden zuchten;
geen woord van u, geen klank meer ruist er
tot mij, hoe ik op ’t windgefluister luister.

Gaat nu naar and’ren uw verlangen,
en luistert gij op and’rer zangen?
Zult gij mijn stemme niet meer horen?
leeft dan mijn lied zijn zoet bekoren verloren?

Dan zullen and’re klanken stijgen
uit mijn gemoed: mijn smart zal zwijgen:
ik zal van mijn begochelingen
en al mijn zoete ‘erinneringen zingen.

Dit zou mijn loon zijn, dat gij wedel
mij in uw armen naamt, heel teder,
zo mijne smart in slape suste
en mij, wijl ‘k aan uw harte rustte, kuste

nieuwjaarskaartje verstuurd 1913

Advertenties

‘k Heb u zoo lief… Maria de Lannoy

‘k Heb u zoo lief, en gij vermoedt
niet eens, hoe alle mijn gedachten
om u zich weven, en hoe zoet
het hopen is en ’t blij verwachten.

Uw oogei zijn als dolend licht,
dat ’s nachts in ’t veengewas komt stralen ;
laat ik mij lokken, ‘k zal wellicht
in mijn illuzies gansch verdwalen.

Wat geeft het, wat mij leven zendt,
of ’t eind’gen moet, of zal beginnen,
ik heb nu toch ’t genot gekend,
n heel in stilte te beminnen.

MARIA DE LANNOY.

kaartje uit 1912

Geen Mensch MARIA DE LANNOY.

Geen Mensch
Geen mensch zal het gevoel bevroeden,
dat welig in mijn hart gedijt ;
gij zelve zult het nooit vermoeden,
hoe ik, om uwentwille, lijd.

Ik zal mijn leed aan niemand klagen,
hoe schrijnend het mij kwelt en sart :
ik zal het fier en waardig dragen,
zooals die and’re groote smart.

Onz’ wegen kruisten zich slechts even,
en plots werd alles licht om mij :
gij werd de zonne van mijn leven
ik ging u ongemerkt voorbij
MARIA DE LANNOY.