Tagarchief: MARIA DE LANNOY.

Gedroomde Wegen door Maria de Lannoy

Gedroomde Wegen
Aan Alice Nahon.
door Maria de Lannoy

Gedroomde wegen leiden naar gedroomde tuinen,
Waar wilde vogels nooit geleerde liedjes zingen,
Waar koeltjes fluisterzuchten van herinneringen
door groene heesters en door zon-beglansde kruinen.

Gedroomde wegen leiden. ook naar zilv’ren duinen.
Waar uit de wijde, wilde zee, in ’t maneschingen,
de dode liefden stijgen, die daarin vergingen,
waar marmeren paleizen rijzen uit de puinen.

Gedroomde wegen zijn bezoomd met hoge hagen
Die enkel bloeisel zijn. , maar die geen vruchten dra.gen,
waarachter heel een weeë wereld ligt verborgen ,
met et al haar levensleed en hopeloze zorgen.
Gedroomde wegen zijn vol zon als zomerdagen
Vol lichte, milde goedheid als een lentemorgen.

 

nieuwjaarskaartje verzonden 1909

 

Advertenties

WEET GIJ? MARIA DE LANNOY

WEET GIJ?
MARIA DE LANNOY

Weet gij hoe ik u lief heb, zeg,
en hoe ik al mijn zoete dromen,
die soms in weelde tot mij komen,
vol hoop aan uwe voeten leg ?

Wanneer daarbuiten alles lacht
en wellustvol de vogels kwelen,
en luwe windjes ’t water strelen,
zing ik mijn lied voor u, heel zacht.

Dan zie ik uw geliefd gelaat:
ik zie uw ogen wonder lichten,
en ‘k moet van mijne liefde dichten,
die onbeantwoord langs u gaat,

nieuwjaarskaart verstuurd rond 1908

VERLANGEN MARIA DE LANNOY

VERLANGEN
MARIA DE LANNOY
‘k Voel een wondervreemd verlangen
hangen in het luw geluchte ;
’t komt tot mij in klare zangen
en in zacht geruis van zuchten.

‘k Zie het in de hoge hemel,
diep in ’t vijvervlak weerspiegeld
‘k zie het in het loofgewemel,
dat langs de oeverrand zich wiegelt:

‘k Hoor het, in het staag gefluister.
als een droeve stem klagen
in het riet, en ik beluister
het in ’t suizen van de hagen:

‘k Hoor het in het golfgeklater;
‘k zie het in de zonneglansen
die op ’t rimpelende water
als miljoenen vonken dansen.

‘k Hoor het in uw stemme beven ;
‘k zie het van uw wezen gloeien;
‘k voel het in mijzelve leven,
‘k laat het in mijn zangen bloeien.

-t Is zoo zoet, om in uw ogen
dat te lezen of te dromen,
waar wij niet van spreken mogen,
en ’t zo nabij te komen.

Nieuwjaarskaartje 1909

 

O, laat ons samen zwijgen nu… Maria De Lannoy

O, laat ons samen zwijgen nu…
Maria De Lannoy

O, laat ons samen zwijgen nu :
wat gij aan mij, en ik aan u
slechts zouden kunnen zeggen,
dat spraken lang onze ogen uit,
dat moesten we in ons stemgeluid
onwillekeurig leggen.

Ik weet het wel, het kan niet zijn…
Maar leg uw handen in de mijn
en laat ons samen wenen.
Wel bloeit er, tussen mijne smart
een wond’re vreugde in mijn hart.
maar mijne rust is heen.

Was ’t Noodlot, dat we elkaar zo laat.
té laat ontmoeten ? Ach, wat baat,
dat wet en plicht ons binden?
Gij gaat uw weg, en ik den mijn.
De Liefde zal, waar wij ook zijn,
den weg wel altijd vinden !

Franse nieuwjaarskaart verstuurd 1908

NACHTSTEMMING Maria de Lannoy

NACHTSTEMMING
Maria de Lannoy
Aan Rosa

Alom geheimvol
slechts hier en daar, heel verre
het weifelend geflonker
van enkle schuwe sterren

De bange fluisterklachten
van ’t heimlik leed rondom me
verzvaren mijn gedachten
als dichte wolkendrommen

Plots door een lichtend wonder
de hele lucht gebroken :
de mane, die van onder
de wolken komt gedoken

Haar dromerige klaarte
licht over alle dingen.
alsof zij al de zwaarte
van droefheid wou verdingen.

Haar zachte glans verdrijft er
den angst met ’t diepe duister,
slechts stille -weemoed blijft er
en lisplend windgefluister
Tessenderlo.

Kaartje verstuurd 1907

Deze beide jonge Antwerpse dichteressen, Maria de Lannoy en Alice Nahon. verblijven thans te Tessenderlo  in de Kempen voor een gezondheidskuur.

TOEN WIST IK…. MARIA DE LANNOY

TOEN WIST IK…. MARIA DE LANNOY

Toen wist ik, dat ge mij beminde.
toen mij de luwe zomerwinden
door stille, ster-bezaaide nachten
al uwe lievende gedachten brachten.

‘k Hoor nog alleen in ’t zoel geluchte
de stervensmoede winden zuchten;
geen woord van u, geen klank meer ruist er
tot mij, hoe ik op ’t windgefluister luister.

Gaat nu naar and’ren uw verlangen,
en luistert gij op and’rer zangen?
Zult gij mijn stemme niet meer horen?
leeft dan mijn lied zijn zoet bekoren verloren?

Dan zullen and’re klanken stijgen
uit mijn gemoed: mijn smart zal zwijgen:
ik zal van mijn begochelingen
en al mijn zoete ‘erinneringen zingen.

Dit zou mijn loon zijn, dat gij wedel
mij in uw armen naamt, heel teder,
zo mijne smart in slape suste
en mij, wijl ‘k aan uw harte rustte, kuste

nieuwjaarskaartje verstuurd 1913

‘k Heb u zoo lief… Maria de Lannoy

‘k Heb u zoo lief, en gij vermoedt
niet eens, hoe alle mijn gedachten
om u zich weven, en hoe zoet
het hopen is en ’t blij verwachten.

Uw oogei zijn als dolend licht,
dat ’s nachts in ’t veengewas komt stralen ;
laat ik mij lokken, ‘k zal wellicht
in mijn illuzies gansch verdwalen.

Wat geeft het, wat mij leven zendt,
of ’t eind’gen moet, of zal beginnen,
ik heb nu toch ’t genot gekend,
n heel in stilte te beminnen.

MARIA DE LANNOY.

kaartje uit 1912