Tagarchief: MARIA DE LANNOY.

VERDRIET Maria de Lannoy

VERDRIET

Maria de Lannoy
Niets vind ik om me, dan verdriet;
ik zie het uit de nevels stijgen,
ik hoor het kreunen in de twijgen
en zuchten in het riet.
ik hoor het weenen, ‘k hoor het hijgen;
ik hoor het klagen in uw lied.
wanneer gij zingt, en zingt gij niet
dan nog vermoed ik ’t in uw zwijgen
O, als u ’t leed zo kwelt en sart,
kom dan, heel stil, bij mij het klagen;
ik zal niets zeggen. . niets u vragen ;
maar vlij uw hoofd dan aan mijn hart
Licht groeit gezwegen leed tot smart ,
en smart is toch zo zwaar om dragen

postkaart verstuurd 1924 00cent kleur 024 PC PARIS 923

-,

Advertenties

VOOR U Maria De Lannoy

VOOR U

Maria Delannoy

Gij, die ik minnen moet en die
ik wellicht ook eens zal bekoren
die ik wel voel, maar nergens zie,
die ik wel weet, maar niet kan horen ,
hoort gij misschien mijn stemme
die ’t windgeruis niet kan verdoven
ik zing voor u alleen mijn lied
van minnen en van zoet beloven

nieuwjaarskaartje verstuurd 1923

LENTE Maria de Lannoy

LENTE
Maria de Lannoy
Aan Pol de Mont.

De Lente, zij komt als in dromen zoo zoetekens;
Zij zweeft en zij danst op haar tedere voetekens,

Haar goudene haren doorhuiverd van wind,
Haar wondere ogen vol lach als een kind,
Haar mondje beloverd; de sneeuwwitte tandekens
Ontbloot door haar lachen, en beide haar handekens

Vol rozen en lelies en sidderend groen.
Haar adem is telkens een zwevende zoen.

Haar gazig gewaad is vol zonnegeflonker:
Zij komt, als een lichtstraal in nachtelik donker;
Zij komt, als geliefde verlangend verbeid:
Zij komt, als een dode, wier kind om haar schreit.

Ze omarmt heel de wereld vol tedere goedheid,
Haar kus is een wonder van hemelse zoetheid.

Zij deelt hare bloemen, haar geurigen schat;
Zij heeft nog een lachje voor wie zij vergat.
Zij dringt in de huizen en licht als een zonne,
En wie zij geen eerlijkheid brengt en geen wonne,

Die geeft zij wat troost en wat hoop, en er leekt
Een traan van haar wangen, als zij tot hen spreekt,

En heeft zij slechts enkele woorden gesproken,
Dan is alle droefheid en smarte gebroken,
Dan lacht zij weer lieflik; dan danst zij… zij danst,
Wijl diep in haar ogen een liefdegloed glanst.

postkaart verstuurd 1914

Gedroomde Wegen door Maria de Lannoy

Gedroomde Wegen
Aan Alice Nahon.
door Maria de Lannoy

Gedroomde wegen leiden naar gedroomde tuinen,
Waar wilde vogels nooit geleerde liedjes zingen,
Waar koeltjes fluisterzuchten van herinneringen
door groene heesters en door zon-beglansde kruinen.

Gedroomde wegen leiden. ook naar zilv’ren duinen.
Waar uit de wijde, wilde zee, in ’t maneschingen,
de dode liefden stijgen, die daarin vergingen,
waar marmeren paleizen rijzen uit de puinen.

Gedroomde wegen zijn bezoomd met hoge hagen
Die enkel bloeisel zijn. , maar die geen vruchten dra.gen,
waarachter heel een weeë wereld ligt verborgen ,
met et al haar levensleed en hopeloze zorgen.
Gedroomde wegen zijn vol zon als zomerdagen
Vol lichte, milde goedheid als een lentemorgen.

 

nieuwjaarskaartje verzonden 1909

 

WEET GIJ? MARIA DE LANNOY

WEET GIJ?
MARIA DE LANNOY

Weet gij hoe ik u lief heb, zeg,
en hoe ik al mijn zoete dromen,
die soms in weelde tot mij komen,
vol hoop aan uwe voeten leg ?

Wanneer daarbuiten alles lacht
en wellustvol de vogels kwelen,
en luwe windjes ’t water strelen,
zing ik mijn lied voor u, heel zacht.

Dan zie ik uw geliefd gelaat:
ik zie uw ogen wonder lichten,
en ‘k moet van mijne liefde dichten,
die onbeantwoord langs u gaat,

nieuwjaarskaart verstuurd rond 1908

VERLANGEN MARIA DE LANNOY

VERLANGEN
MARIA DE LANNOY
‘k Voel een wondervreemd verlangen
hangen in het luw geluchte ;
’t komt tot mij in klare zangen
en in zacht geruis van zuchten.

‘k Zie het in de hoge hemel,
diep in ’t vijvervlak weerspiegeld
‘k zie het in het loofgewemel,
dat langs de oeverrand zich wiegelt:

‘k Hoor het, in het staag gefluister.
als een droeve stem klagen
in het riet, en ik beluister
het in ’t suizen van de hagen:

‘k Hoor het in het golfgeklater;
‘k zie het in de zonneglansen
die op ’t rimpelende water
als miljoenen vonken dansen.

‘k Hoor het in uw stemme beven ;
‘k zie het van uw wezen gloeien;
‘k voel het in mijzelve leven,
‘k laat het in mijn zangen bloeien.

-t Is zoo zoet, om in uw ogen
dat te lezen of te dromen,
waar wij niet van spreken mogen,
en ’t zo nabij te komen.

Nieuwjaarskaartje 1909

 

O, laat ons samen zwijgen nu… Maria De Lannoy

O, laat ons samen zwijgen nu…
Maria De Lannoy

O, laat ons samen zwijgen nu :
wat gij aan mij, en ik aan u
slechts zouden kunnen zeggen,
dat spraken lang onze ogen uit,
dat moesten we in ons stemgeluid
onwillekeurig leggen.

Ik weet het wel, het kan niet zijn…
Maar leg uw handen in de mijn
en laat ons samen wenen.
Wel bloeit er, tussen mijne smart
een wond’re vreugde in mijn hart.
maar mijne rust is heen.

Was ’t Noodlot, dat we elkaar zo laat.
té laat ontmoeten ? Ach, wat baat,
dat wet en plicht ons binden?
Gij gaat uw weg, en ik den mijn.
De Liefde zal, waar wij ook zijn,
den weg wel altijd vinden !

Franse nieuwjaarskaart verstuurd 1908