Tagarchief: Karel Jonckheere

Vastenavond. Rijmen om te krijgen

Vastenavond, goede gebuur,
ik heb nog gene haan,
ik heb toch een klein hoentje,
dat moet er vanavond aan.
Als ik mijn hennetje braden wil,
dan is mijn pannetje vuil,
als ik mijn pannetje schuren wil,
dan tintelt mijn duim,
dan loop ik naar de stove
en schud mijn pannekoek boven.

En op karnaval
lopen de zotten, lopen de zotten,
en op karnaval
lopen de zotten overal!

Meneer de graaf rijdt op de baan
met zijn slimme knechten,
men ziet ze in de huizen gaan,
waar stoute kinderen vechten.
’t Kwaad dat ze zien,
t is eender van wie,
dat gaan ze seffens zeggen.
Meneer de graaf, koekeloe,
zal een roe
in ieder korfje doen leggen.

nieuwjaarskaartje verstuurd rond 1927  gpost sol paris 3077

Driekoningen. Rijmen om te krijgen

Daar kwamen drie koningen uit verre landen,
nu wiegen, nu wiegen, nu wiegen wij –
aan God te doen offerande,
des waren zij vro.

De engel ging voor de anderen staan,
nu wiegen, nu wiegen, nu wiegen wij –
om eerst te komen offeren gaan,
des waren zij vro.

Zij vielen daar samen op de aarde,
nu wiegen, nu wiegen, nu wiegen wij –
zij loofden de koning van grote waarde,
des waren zij vro.

Zij offeren mirre, wierook en goud,
nu wiegen, nu wiegen, nu wiegen wij –
zij loofden dat kindeke menigvoud,
des waren zij vro.

Nieuwjaarskaartje verstuurd 1925  la semeuze 30 fr groen

Driekoningen Poëzie voor kinderen

Hier treden wij, Here, met onze sterre,
we zoeken Heer Jezus, we hadden hem geerne.
We klopten al aan Herodes’ deur,
Herodes, de koning, kwam zelve veur.
Hij sprak met een alzo vals hart:
– Hoe ziet de jongste van de drie zo zwart?
– Al is hij zo zwart, hij is wel bekend,
hij is de koning van Orient.
We kwamen de bergen opgegaan
en zagen de sterre daar stille staan.
0, sterre, gij moet er zo stille niet staan,
gij moet met ons naar Betlehem gaan,
te Betlehem, de schone stad,
waar Maria met haar kindeke zat.
Ze gaven dat kindeke menigvoud
wierook en mirre en rood fijn goud.

nieuwjaarskaartje verstuurd 1924  fr semeuze 10 centek 983

Driekoningen Poëzie voor kinderen

Op een driekoningenavond,
op een driekoningen-nacht,
dan sliep ik bij mijn vader.

Mijn vader wou het niet hebben,
dan sliep ik in de kribbe,
de kribbe was te maken,

dan sliep ik in het laken,
het laken was te nat,
dan sliep ik in de plas,

de plas was veel te diep,
dan sliep ik in het net,
het net was te rot,

dan sliep ik in de hond zijn kot.
De bond begon te grollen,
ik trok hem bij zijn krollen,

ik trok al zijn krollen uit
en daarmee is mijn lied juist uit.

Nieuwjaarskaartjeverstuurd 1923 semeuze 2 maal5 oranje nox 566

Driekoningen Poëzie voor kinderen

DRIEKONINGEN
Keersken in de lanteren,
is mijnheer pastoor niet thuis?
‘k Zou hem geren spreken
t’avond in zijn huis.
En mijn linkerbeen
en mijn rechterbeen
en wij zetten de gatjes tegeneen

Keersken in de lanteren,
is mijnheer pastoor niet thuis?
‘k Zou hem geren spreken
t’avond in zijn huis.
En ze zeggen dat ik een voddeman ben,
en ze zeggen dat ik mijn affaire niet ken.


Keersken in de lanteren,
is mijnheer pastoor niet thuis?
‘k Zou hem geren spreken
t’avond in mijn huis.
Keersken, keersken over de been,
en al die daar niet over en kan
die weet er niks van
ha één, ha twee, ha drie!

Rijmen om te krijgen Poëzie voor kinderen

Dag vrouw, dag man, dag altegaar,
ik kom u wensen een nieuw jaar.
Door dik, door dun, ik kon lopen,
hebt gij niet een wafeltje of twee,
ik zal ze niet verkopen.
Ze is een goed vrouwtje, dat mij dat geeft,
’t is te wensen dat ze ’t naaste jaar nog leeft,
Goed vrouwtje, goed vrouwtje,
heb je niet een wafel of twee ?
Ik steek ze al in mijn mouwtje.


‘k Heb een roosje, ‘k heb ’t gevonden,
k zal het planten in ’t hert van mij,
‘k zal de blaadjes laten rijzen
op een bergje ver van mij.
En ja, dat is waar, en ja dat is waar:
met alle tijden, met verblijden,
met een zalig nieuwejaar.

 

nieuwjaarskaartje verstuurd rond 1922 gpost rex 890

Rijmen om te krijgen. Poezie voor kinderen.

Nieuwejaarke, ik ga reizen
en mijn peter is zo blij.
k Zal er dag en nacht aan peinzen
op hetgeen hij heeft gezeid.


We staan hier in de kou
te schudden en te beven,
en is er niets te geven?
Een stukje brood of iets fijn
dat ietwat beter zou zijn.


Er kwam een boer van Geldero
met zijn blokken vol boekweitstro
en op zijn kop een bossel haar,
‘k wens u een zalig nieuwejaar.

nieuwjaarskaartje verstuurd 1922 fr 5 en 15 cent