Tagarchief: Juul Bovee

LENTE Juul Bovee

LENTE

Juul Bovee
Dat al de wouden en de bergen zwijgen
nu zoete woorden gaan van Lente’s lippen zijgen :
Ik woon ter rijke tent van gouden zonneschijn,
mijn kleed is van azuur, mijn ogen als de zee.
Mijn hart is als een harp,
die hangt ter wijde wereldplein,
en zingt en weent met alles wat de wind
mij brengt op wakkere vogelwiek.
Zo heeft hij mij gemeld van Aarde’s stille lijden,
hoe altijd tranen drupten van zijn ogen neer,
hoe dat zijn wangen bleek en weg-gestorven waren,
lijk of hij treurend was
om iets dat nooit meer komen zou.
Dan heb ik m’in den nacht
met nevelkleed omkleed en zacht
geweend met d’armen lijdensman.
En als de morgen-wachter
bazuinde door de lucht
en heel de klare hemel hing
vol kleurig zongesching,
dan heb ik mij met ’t blauwe kleed omhangen,
mijn tranen en mijn zucht
geborgen in een lach en stille zangen,
en heen getrokken naar de treurend Aarde.
Met liefde-woorden heb ik hem een kroon gevlochten,
dauw-zachte rozen op zijn wang gelegd,
ter huizing van zijn hart gevoerd
mijn rijkste vreugd en liefdeschatten,
tot hij mij wijd zijn blanke armen spreidde,
en ik hem juichend aan mijn harte drukte.
Heel lang heb ik de zaligheid gedronken van
zijn lippen, en zijn zoenen waren
Als rijpe druiven die mijn lippen -persten.
Toen hebben al de bommen mantels aangedaan
van ’t zuiverst groen met wilt’ en roze kant bekleed
en zijn als prinsen fier ter bruiloft heengegaan.
De vogeltjes die goten volle schalen.
van klare zangen uit.
Het bloemenvolk dat zong koralen,
geleerd van maan en sterren in den nacht,
en zwierde wierookvaatjes.
De lucht blonk van den glans
der gouden bruiloftgiften,
en in de verre weien
ging ’t heffen en het halen
van ’s herders zanggalmeien,
die speelden blij en luid
een juichend minnelied.
Maart 1918.

Postkaart verstuurd 1910 frgr5 eld113

Advertenties

O LAAT DIE ZONNESCHIJN Juul Bovee

O LAAT DIE ZONNESCHIJN

Juul Bovee

O laat die zonneschijn
nu warm mijn wangen zoenen,
en laat die lentewind
koel op mijn ogen spelen.
Zo’n zonnig godenkind
toch kwam mijn ziele strelen,
en zachtjes zoenen
met warmen rozenmond,
dat ‘k als een wonder stond
vol liefde en vredig-zijn.

Ik heb veel schonen tijd
wel zitten te verdromen,
en menige nacht gewaakt
in vrome-stil verlangen,
en naar een zoen gehaakt
op ’t kille van mijn wangen,

tot is gekomen
als zoele 4on en wind
het blonde zoenend kind,
dat heel mijn ziel verblijdt.
Antwerpen, Nov. 1917. Juul Bovee

Postkaart 1924 albert 5 cent rex 1769

Bij ’t Kwijnend Jaar Gedicht van Juul Bovée

Bij ’t Kwijnend Jaar
Gedicht van Juul Bovée

Laat alles nu stil-luistrend zijn
in d’ eenzaam rode zonneschijn
van ’t kwijnend jaar.
Ik wil mijn woord tot gouden
beker smeden, waar
ik in bied, ten goden-dronk,
den zoeten ouden
wijn, die mij de wingerd van mijn liefde schonk

Zooals een priester draagt in glans
de rijk-besteende roos
van gouden remonstrans,
en weet dat ffiar verkoos
zijn groote God te wonen,
zoo draag ik in mijn hart
een diamanten schrijn,
uw beeld ten woning,
symbool van hooge liefde.

Wel heb ik soms gemeend te tronen
als een rijke koning,
die niets meer griefde
dan die éene smart
van geen god te zijn.
Ik voel om slapen-koel een krone branden,
een purper mantel langs mijn leden glijdt :
het is het dragen veilig
van uw liefde-beeld
door donkere levens-landen,

dat mij heilig
en tot koning heeft gewijd.
Ik ben nu weer geheeld
van dat éen verdriet,
en ‘k buig als ’t broze riet
mijn hoofd voor d’ eengen God.
O waar’ het eens geen schijn
dat ik tot
dichter-koning
gezegend en gezalfd mocht zijn,
‘k zou wezen dan maar eerst
de waardige woning,
waar uw beeld als zonlicht heerst.

Kaartje verstuurd 1923

 

 

ONWEER Juul Bovee.

ONWEER
Juul Bovee.

De bliksemslangen kruipen
de luchten uit,
de wolken druipen
van zwaar geluid.

De bomen wagen,
hun blaren dragen
het ruisend regennat.
De bomen wagen,
ze strooien uit,
met plets-geluid,
hun zwaren waterschat .

De velden dijzen,
doen ’t groen vergrijzen
in strepend regenvlaag.
De grauwe wolkenblokken
opkantlen uit de kim.

En schichtend bliksemglim,
de luchten vlug doortrokken.
verlicht de wolkenlaag
in dommelend gedonder
van wentelend lawaai.
Antwerpen

Postkaart verstuurd tussen 1913 en 1929