Tagarchief: Jef Crick

MATER DOLOROSA Jef Crick

MATER DOLOROSA
Jef Crick

Komt allen die moest eten van het lijdensbrood
Dat, ach, zoo kwistig wordt voor ’t menschenhart getroken ;
Komt, kranken, die van ’t morgenlicht naar ’t avondrood
Sleurdet door eiken dag uw smart onafgebroken,

Terwijl des ’s nachts de slaap van uwe peluw vlood ;
Komt, blinden, die verwoed de vuist hebt opgestoken
In haat en opstand naar den diepen vreden-schoot
Der avondlucht, waar bloei van starren hing ontloken;

Komt allen die getergd door ’t roodsel van het leed,
De handen niet meer vouwen kunt, komt broeders, knielen ;
En schouwt ten heuveltop waar ’t uitgebloede lijk

Van Jezus ligt aan ’t hart der Moeder. dat zo wreed
Met zwaarden staat doorboord, en schreeuwt tot alle zielen :
O zegt, was er ooit smart aan mijne smart gelijk ?

Nieuwjaarskaartje verstuurd 1925

 

Advertenties

Passiesonnetten Pilatus Jef Crick

Passiesonnetten Jef Crick

PILATUS
O droeve weifelaar, die diep bewogen
Door vrees en deernis vóór den Wijze stond,
Wiens rustig-open blauwe weemoedsoogen,
Peilden zoo klaar uws harten duisteren grond ;

O wankele rechter die niets schuldig vond.
In dezen Zachte, wiil nooit klank van logen
Trilde in zijn eerlijk woord, dat t’allen stond
Eén zang van liefde was en mededogen

O laffe landvoogd die met groots gebaar
Boven de vreugd-rumoering van de schaar,
Hooghartig wast uw blanke beulenhanden :

Pilatus hef de handen naar het licht,
En zie met wroeging op het aangezicht,
liet bloed der Godsmoord aan uw vingers branden

Nieuwjaarskaartje verstuurd 1925 albert 5 cent bleuet 367

MARIA-MAGDALENA Jef Crick

MARIA-MAGDALENA
Jef Crick

Jij dooldet eertijds zingend ter vallei
Waar ’t licht der zon op uwe lokken bloeide,
En uw bloem mooi gelaat zijn beeltnis lei
In bronne spiegel als een vlam die gloeide.
Tot Hij die hoorde uw smachtend zielgeschrei
En wist wat dorst uw groote ziel verschroeide,
Eén blik ;a wierp, één enkel woord u zei…
En heerlijk-ruisend water u doorvloeide.
Dan kwam een vredeklaarte op uw gelaat,
En bleke boetster in uw dol gewaad,
Zag men u gaan de steilten langs van ’t Lijden,
Totdat gij aan Calvarie’s hoogsten top
Reest uit uw sluiers als een heilige op,
Omstraald van glorie in ’t verschiet der tijden.

nieuwjaarspostkaart verstuurd 1925 albert 5 cent 2768

De Dood die maait… Jef Crick

De Dood die maait…

Jef Crick

II
Toen rees een nacht waarin met angstig, razend schallen,
Klaroenen klonken : « ’t Land is in gevaar!
Op! ter verdediging, de mannenschaar!»
De klokken klepten ’t koortsig in bun torens allen.
Een storm van nood-klank kwam de dorpen overvallen.

De morgen wies zoo goud en lachend, maar
Door al dien licht-gloor trad een treurend paar :
’t Verdriet dat hem te lijf ging deed zijn vuisten ballen

— « Heb moed, mijn lief… Als ik zal weder zijn… »
Hij ziet zoo bleek. Zijn keel schroeft toe van pijn.
De laatste kus doorsnijdt twee harten om te breken.

’t Slaat oogsttijd, doch geen zeisen blinkt op ’t veld.
Daar wordt gevochten met een wreed geweld,
En ’t is de Dood die maait . Hij viel in verre streken.

Nieuwjaarskaartje 1925 05cent ALBERTKLEINDONKER 049 239JOUNOK

De Dood die maait… Jef Crick

De Dood die maait…

Jef Crick

I
Er lag dien avond hemel-vrede op ’t land.
En’star op star ontlook bloem-stil aan wijde lucht,
En alles zweeg. — Daar lispte alleen een lijze zucht
Van bomen, keuvlend aan den waterkant

Een zaalge liefde zette hun ziel in brand
Terwijl zij gingen met nauw hoorbaar stapgerucht.
Gedempte zoenen ruisten op in dartele vlucht.
Haar vingers beefden in zijn sterke hand.

— » Eer ’t laatste zomergraan ligt afgemaaid,
Zal al ons driftig smachten zijn gepaaid.
Dan luidt de bruiloftsklok. — Dan heet ik u mijn vrouw.

Het loover zwol als van een verre klacht…
Een nachtegaal zong droevig.Starren-pracht
Sluimerde diep in ’t rimploos water, donker-blauw.

nieuwjaarskaart verstuud 1925 05cent ALBERTGROEN 154 GUY518

 

LENTELIED VAN GRIEG Jef Crick

LENTELIED VAN GRIEG
aan Dom Augustinus Verhaegen
Jef Crick

Ei speel het no dat tintlend lentelied
Dat doormijn kamer tovert kleur en icht
Van zaalge meidagmorges als ’t verschiet
In parelmoeren glanzing openligt.

Dat om mij heen een strome van bloesen ziert
Die zacht wit sneeuwenlangs mijn aangezicht
Dat als kritallen klankgerinkel vliet
Uit diepe verte in trilling teer en licht

Dat als de schaatring eener frisse bron
Die zilvrig spat en perelt in de zon
Mij tegenzingt in geurigen windenzoen

i speel het nog en laat mijn klankenpracht
Weer borlen in den avond. Door den nacht
Blijft het dan lichten als en blank visioen

verstuurd in 1910

Mijn lied Jef Crick

MIJN LIED
Als nog de dag in veegt witheid grauwt
En stille schaduw sluimert in het veld.
Komt uw geluid klaar-spattend opgeweld.
O wakkre merel die naar ’t Oosten schouwt.

En immer rijst de geestdrift onverflauwd
In uw gezang dat ert de zonne zwoelt.
En rein als zilver uit uw gorgel relt.
Tot gans de lucht van morgen hangt doorblauwd.

O zingend hartje dat in peerlend lied
Uw klankenpuurheid als een licht uitgiet.
Hetzij de zon ter kimme taant of bloeit :

Gij leert me steeds te luistren naar den drang
Die mij tot zingen drijft. ’t zij zoet of wrang
De stroom des levens door mijn ziele vloeit.

nieuwjaarskaartje zonder datum