Tagarchief: Jef Crick

Strijd. Jef Crick

STRIJD
Jef Crick

De zon licht bleek en krank. Een laatste praal

Van vochtig goud verwuift op enkele bomen

Fanfaar akkoorden uit de verte komen

Waar torens mistig glimmen in een straal,

En daken dof opschemeren, grijs en vaal.

En aan den einder. waar de wouden loom en

Huiverend, staan met stervens ernst te dromen

Bromt het kanon zijn lied van moordend staal

Wijl gindse kopers  blijde marsen blazen

Gaat daar de donder van het slagveld razen

En over ’t land, door herfst geween betraand

Is er een strijd van krachtig joelend leven

Doodsrefreinen die de kim doen beven:

Een strijd zoo wreed, dat ’t zonlicht er om taant.

Nieuwjaarskaartje verstuurd 1909

Advertenties

SNEEUWLANDSCHAP. Jef Crick 

SNEEUWLANDSCHAP

Jef Crick
Klaar buitelend langsheen het donker hout.
In schuinse val de dunne vlokjes vliegen
Een dans van ijs-kristalletjes, die koud
Mijn wang en lippen aaien onder ’t wiegen.
In ’t grijze zwerk vloeit
En waaier-wijde stralen schielijk tegen
Door ’t veld, alwaar zij perels duizendvoud.
Vlug-schitterend aan de witte mantels driegen
Een wolken-heuveling steekt den paarsen kop
Uit al die blankheid van den einder op,
En beeft in ’t licht met lila-kleurige randen.
Het sneeuw-gestoei staakte zijn weemle vlucht,
En, diep-hel fonkelend, koepelt thans de [lucht
Oranje en blauw over de weidse landen.

(4 sonnetten)

nieuwjaarskaartje verstuurd  1909

 

VERLANGEN 2 Jef Crick

VERLANGEN 2
Ik
Jef Crick

Ik draag alleen de weelde van dit uur

Waarin ons liefde geuren zou en bloeien

Als nooit te voren, kind, terwijl zoo puur

De diep gewelfde nacht daar hangt te gloeien

 

Met stille pracht van wit-bewolkt azuur

Waar stromen zuiver maanlicht in vervloeien ;

Terwijl in mij nu vlamt een zalig vuur

Dat uwe lippen juichend wil doen  schroeien.

 

Voelt gij dan niet dat alles op u wacht

In ’t week gestraal dat uitstroomt schemer-zacht,

Een eindeloos treuren om uw toeven traant._

 

Kom, de aarde glanst voor ons zoo toverschoon:

Ons heil zal stijgen tot de starren-woon

Langs blanke wegen die mijn droom urbaant.

nieuwjaarskaartje 1909 frgr5 jak 2132

VERLANGEN. Jef Crick

VERLANGEN (4 gedichten)

Jef Crick

En daar ik schrijd door open land alleen,
Doomt mane-nevel over al de wegen.
Ik zie verbaasd hoe schielijk om mij heen
Een zee van wazig mist-licht is gestegen
Op wol’ge lucht, vol tere zilver-vegen.
De bomen staan gesmijdig uitgesneden.
En in hun takken, goudig neergezegen,
Komen de starren vonken een voor een.
Wijl blanke sluiers rond n .tij slieren,dringt
De. – weemoed in mijn ziel, waar liefde-lied
Zoo smachtend vooist met helle stem, en zingt
In huivere passie. Doch gij hoort het niet,
Noch weet hoe mijn verlangen toomloos wast
Een wilde vloed die uit zijn oevers plast.

verstuurd 1909 frgr5 376

 

HERFST Jef Crick

HERFST
Jef Crick
Nu strooit de Herfst zijn goud met milde hand.
’t Geboomte praalt met bonte pracht van verven,
Die langzaam in de zonne-glorie sterven.
Een zachte laai van gulden kleuren-brand

Slaat vorstlijk uit alover ’t wakke land.
0 zaligheid de dreven door te zwerven,
Den luiden joel van verre stede derven,
En dromend gaan door vrede als overmand,

En zien, hoe plots een hoeve-ruitje stil
En paars opflikkert in het paars getril
Van najaarslicht dat door het lover zijgt,

Waar laat geneur van moede vogels is,
En ruising waart van herfstwind huiver-fris,
Tot gans het woud gelijk een tempel zwijgt,

nieuwjaarskaart 1927 05 cent ALBERT KLEINDONKER 045 SG183

Herfst. Jef Crick

Nu strooit de herfst zijn goud met milde hand
’t Geboomte praalt met bonte pracht van verven.
Die langzaam in de zonneglorie sterven.
Een zacht laai van gulden kleurenbrand.

Slaat vorstelijk uit alover ’t wakke land
O zaligheid de dreven door te zwerven.
Den luiden joel van verre stede derven.
En dromend gaan door vrede als overmand.

En zien hoe plots een hoeve ruitje stil.
En paars opflikkert in het paars getril.
Van najaarslicht dat door de lover zijgt.
Waar laat geneur van moede vogels is.
En ruising waart van herfstwind huiver-fris.

Tot gans het woud zoals een tempel  zwijgt

1926 albert 1 10 cent lucia 1095

MATER DOLOROSA Jef Crick

MATER DOLOROSA
Jef Crick

Komt allen die moest eten van het lijdensbrood
Dat, ach, zoo kwistig wordt voor ’t menschenhart getroken ;
Komt, kranken, die van ’t morgenlicht naar ’t avondrood
Sleurdet door eiken dag uw smart onafgebroken,

Terwijl des ’s nachts de slaap van uwe peluw vlood ;
Komt, blinden, die verwoed de vuist hebt opgestoken
In haat en opstand naar den diepen vreden-schoot
Der avondlucht, waar bloei van starren hing ontloken;

Komt allen die getergd door ’t roodsel van het leed,
De handen niet meer vouwen kunt, komt broeders, knielen ;
En schouwt ten heuveltop waar ’t uitgebloede lijk

Van Jezus ligt aan ’t hart der Moeder. dat zo wreed
Met zwaarden staat doorboord, en schreeuwt tot alle zielen :
O zegt, was er ooit smart aan mijne smart gelijk ?

Nieuwjaarskaartje verstuurd 1925