Tagarchief: Hendrik Cayman

Passie 2 Hendrik Cayman

Passie 2
Hendrik Cayman

Het daglicht sterft in vree van rode schemerstonden
en wijlt in waasgeweemoedstinten boven ’t meer,
waar — paars en rood — het bloed vervloeit der zonnewonden
en diep de weerschijn glanst van ’t roerloos wolkenheer
De wind heeft in het wiegelend zeebed rust gevonden,
waar nog een late meeuw ronddwaalt met moede veer,
en ’t is of de avondrust voor eeuwig had gebonden
de woelige zee — zo stil zijgt de avondvrede neer.
En daar, ter landzij, waar de duinen dromend lengen,
stijgt zacht de maan, de bleke ziel van de avondvrede,
en boven ’t donkerend meer stijgt de avondsterre mede.
Een meteloos gevoel van wel en weemoed tevens
daalt me in de ziel en ik voel — o puurst genot des levens!
mijn vreeverwonnen drift haar rode passies plengen

Advertenties

PASSIE Hendrik Cayman

PASSIE 1
Hendrik Cayman

Zo vaak laait liefde in mij, die zonder liefde leef,
en doet me ’t smachtend oog van louter driften gloeien:
zo vaak komt plots me in ’t hart een vreemde vreugde bloeien,
ik die nog staag me om ’t hart het kleed der weemoed weef:

En ik, die diep-bewust, leed-fier, eens ’t heil verdreef
waardoor mijn leven lijk een lentebeek mocht vloeien
en al mijn vreugdebloemen in zielebrand zag schroeien :
’t Is me of ik in een stond dan eeuwen drift doorleef

Gewis — dat is het dromen niet van teer herdenken :
mijn hart klopt hoorbaar, hijgend gaat mijn borst
door drift bedwelmd, en kan ik ademen meer noch denken!

En het is of daar met luid geweld gestalten wenken
die machtig roepen: Onze drift is de uwe, onze dorst uw dorst,
O kom, met vreugde en drift ons eeuwige passies drenken!

Nieuwjaarskaartje verstuurd rond 1910

Herinnering 2 Hendrik Cayman

Herinnering 2
Hendrik Cayman
O, schoon waart gij, o lief, in ’t weiflend zacht-ontwijken
van mijn eerste liefdgebaar, schoon als dageraad
die, bloeme-schuchter, slechts teer-weiflend opengaat
en zacht ten dage groeit, maar nog geen dag wil lijken
En schoon ook waart ge, o lief, toen gij me teer kwaamt reiken
toen gij me mildlijk bood, in liefdes overdaad,
de bleke kelke van uw driften-schoon gelaat.
teer-roze als avondlucht in ’t eerste sterreprijken!
En toch, wat me uit ’t verleen het schoonst blijft tegenwenken
’t is niet uw blauwig oog, ’t is niet uw lippen rood
maar wel de diepre vreugd die de eigen fancy bood ,
die lang na uw liefde nog leefde in mijn herdenken!
En dat’s mijn zware zonde en dat ’s mijn liefde dood
dt ik zelf in mijn ziel dit Schoonste-Zelf dierf krenken.

nieuwjaarskaart verstuurd 1923

HERINNERING Hendrik Cayman

HERINNERING
Hendrik Cayman
Nog denk ik vaak aan u, al is mijn liefde dood,
al voedt de smart niet meer mijn stil-gelaten rouwen ;
nog denk ik vaak aan u, al zag ‘k sinds vele vrouwen,
wien ‘k driftig-blij de kelk van mijne passie bood.
En zoals geur ook blijft na bleke bloeme dood,
zo laat herinnering vaak min droom u nog aanschouwen,
zoals mijn reinere ziel, in teder kelk ontvouwen,
u eens, gelijk geen ziel op aarde heeft vergood
De dagen jaren vloón sinds d’eeuvvig-droeve scheiding,
en dagen, jaren vloón van onheilvolle ontwijding
van wat eens stil en vroom mijn schoonste-zelf me gaf!
En ‘k wete niet, o vrouw, al doddet gij ons liefde,
mij drukt een zwaarder zonde hoe zwaar gij zelf mij griefde :
slechts liefde schondt gij ’t leven ! Herinnering ik : ’t graf!…

Postkaart verstuurd 1923