Tagarchief: Eugeen Pittevils

DIE MIST… Eugeen Pittevils

DIE MIST…
Eugeen Pittevils

Een dichte kille winternevel
Besluiert heel de doodse streek,
En doezelt mens en boom en gevel
Tot veege-vage schimmenreek.
Geen uitgebeiteld krachtge vormen,
’t Is alles uitgewaterd-grijs,
De zonne bleek-mat als bij stormen
Begluurt het tranend dakgootijs

En als die dichte winternevel
De stad in grauwe onwisheid hult,
Zo houdt een hevig mistgehevel,
De twijfel, gans mijn hart vervuld
O twijfel met het pijnend wachten,
Wreed knagen van ’t niet zeker zijn.
Wist Gij de pijnen die ’t hart bevrachten.
Gij hieft het floers van ’t herte mijn.

Kaartje verstuurd rond 1912

Advertenties

Mijn liefje lijkt een kwezelken Eugeen Pittevils

Mijn liefje lijkt een kwezelken
Eugeen Pittevils

Mijn liefje lijkt een kwezelken
In al heur gaan en staan.
In mij roert ieder vezelken
Zie ik haar even aan.

Mijn liefje lijkt een kwezelken
(Nu volgt er wis gegrom)
Op school is zij een ezelken
Zo kinds nog en zo dom.

Mijn liefje lijkt een kwezelken
Ze volgt steeds hare baan.
Ze trilt gelijk een wezelken
Maar lonkt terzij u aan.

Mijn liefje lijkt een kwezelken
In al heur gaan en staan,
En mij roert ieder vezelken
Zie ik haar even aan.

Postkaart verstuurd 1912