Tagarchief: Elise Deringen

VERGANKLIJKHEID.

VERGANKLIJKHEID

Elise Deringen
Heel een stroom van blanke knoppen
Dwarrelt dor de lentelucht,
Langs de twijgen, langs de toppen
Gaat de storm in wilde vlucht.
Tussen ’t frisse groen der bomen.
Daalt de witte bloem ter aard,
Die tot rijpe vrucht zou komen,
Als de storm haar had gespaard.
Heel een stroom van kinderzielen ,
jonge bloesems, rein en teer,
Die hier op onze aarde vielen,
Keert naar ’t hemels lusthof weer
Ach ! talent en rijke gaven,
Schoonheid, kunstzin en verstand
Liggen onbekend begraven
Buiten, onder ’t witte zand.

Nieuwjaarskaartje   verstuurd rond 1910 frgr5 udd 302

Advertenties

ARME WEDUWE Elise Deringen

ARME WEDUWE

Elise Deringen
In ’t weelderig  boudoirtje
Gevoerd met blauw satijn,
Waar zacht getemperd lamplicht
Weerstraalt met amberschijn,
Zit in gepeins verzonken
Een schone bleke vrouw,
De wimpers zwaar van tranen,
Gehuld in ’t kleed van rouw.
Wat deert deze arme rijke,
Die zich in weelde baadt,
Waarom dat bitter schreien,
Dat somber, zwart gewaad?
Helaas ! de gruwzame oorlog,
Die onheil brengt en dood,
Ontrukte haar den dierbare,
Haar trouwen echtgenoot.
Hij trok zo moedig henen,
Met hoop in ’t mannenhart,
Zij bleef zo treurig achter,
In diepe zielesmart.
Hij vocht zo koen, zo dapper,
Hij was een ware held,
Maar werd door ’s vijands kogels
Ten laatste neergeveld
Omringd door pracht en schatten ,
Zit stil de jonge vrouw
In stomme wanhoop neder,
Gehuld in ’t kleed van rouw.

postkaart verstuurd 1910 frgr5 fauvette 1183