Tagarchief: Elegast

De nacht is donker. Elegast

Stemmen uit de Ballingschap
De nacht is donker
Elegast

De nacht is donker, en de lage lucht
is als ’n haveloze wolkenhorde
die vlucht, en weet niet waar ze henen vlucht
noch wat er uit die blinde vlucht moet worden.
De winden kampen. Hoor hun reuzen zwaarden
in brede zwaai zoeven op berg en bos.
Titanen kreunen onder zuchtende aarde,
en goden geselen hun steigerend ros.
Nu springt er vuur uit scherpe donderslagen
en in den gloed van korte bliksemflits
staan woud en wei en verre torenspits.
Dit is de storm na de zomerdagen,
Dit is de vloek over m’n zonnedroom.
De storm is heilig. O, de storm is vroom
Karlsrühe

postkaart verstuurd 1927

Advertenties

M’n Lief, ik roep tot u!… Elegast

M’n Lief, ik roep tot u!…
Elegast
M’n lief, ik roep tot u van uit den diepen nacht
Ik roep tot u.  Ik heb zolang naar u gewacht
M’n nacht is donker.
Lang heb ik de zwarte diepte nagehoord of niet uw verre stem me riep.
en uitgezien of niet uw blanke lijf ginds ver opscheemren zou gelijk een bleke verre ster ; Of niet uw armen, als de melkweg zacht, zich hieven in de duisternis.
Ik wacht op u, mijn lief, want m’n verlangen naar uw weken mond brandt op m’n lippen, en m’n hart slaat luid in staag geklop.

Ik weet dat ge nu komt en dat ge naadren zult in vormen-schoonheid,
die m’n vuurge zinnen vult. als wijn kristallen bekers.

Een bergtop zal ik zijn bij zomerzonsopgang,
als bleke zonneschijn groeit tot ’n blindend licht tot eindeloozen gloed.

Ik weet, mijn schoone lief dat ge zo komen moet. –
De schemer van mijn minnend lijf zal u tot richtpunt
zijn op uwen weg naar ’t hoog-begeerde licht.
Ge zult me vinden, lief.
Ik zal m’n armen slaan om u, gelijk de zon om d’aarde bij ’t opstaan,
Tot al de weelde van uw leden, als een brand rond mij is
en ’t genot der eeuwen in m’n hand!

Nieuwjaarskaart verstuurd 1919