Tagarchief: Cyriel Baeyens

Lacrima Christi Cyriel Baeyens

Lacrima Christi

Cyriel Baeyens

ik bracht u den vrede uit den Hemel beneden,
maar steeds vinniger woedt hier de strijd.
De liefde onder broeders, den eerbied voor moeders,
én twisten én zelfzucht ten spijt :
dit is mijne leer van thans en weleer,
en de sleutel van ’t Hemelenrijk.
Ik dorst het te wensen dat liefde de mensen
aan Gods wezen zou maken gelijk…
De Haat is gebleven — de Liefde is aan ’t zweven,
naar den stervling op zoek en naar mij ;
de Liefde is gevloon, voor Laster en Hoon,
én uw heil én mijn wenschen erbij.
In ’t eeuwig verschiet thans mijn geest overziet
van de mensen de wegen ten ende ;
mijn hart is vermurwd, als mijn Liefde. het durft
te doorpeilen de onpeilbare ellende,
waarin is vervallen het schaap mijner stallen,…
en mijn ziele van weedom dan weent.
‘k Zou weer willen sterven en de eeuwigheid derven.
zo mijn dood het de liefde verleend

Ik bracht u den vrede uit den Hemel beneden,
en gij plengt van uw broeder het bloed,
in stee van hem ’t helpen den weedom te stelpen.
dien gij zelf met hem delen moet.
De bloedige lijken mij droevig bekijken
— Mij, de Heiland — die weldoende lichten
laat schijnen in ’t hart mijns gelijken in smart.
Als de gramschap uw blikken in schichten
verandert, uw zwaard den broeder niet spaart,
als u zelve vergetend, gij doodt
— niet wetend dat ’t loven u door God is gegeven.
wijl Zijn liefde en Zijn ziel Hij u bood —
mijn harte doorstriemen de vlammende vliemen
van den haat, die in de ogen u dansen ;
dan treft Mij uw degen, terwijl ik mijn zegen
– groene lauwers in eeuwige kransen —
den armen bedeel. Gij treft Mij ! en geheel
’t lijdenslijf mij weer zijpelt van bloed :
in bittere smart, heropent gij ’t hart
dat u toedroeg het opperste goed !

verstuurd 1919

Advertenties

IDYLLE Cyriel Bayens

IDYLLE
Cyriel Bayens

’t Is Passiezondag en communiefeest:
Voor haar en mij de plechtig-grote dag.
Ik weet niet of ik haar aanschouwen mag,
Nu zij voor ’t auter vroom gebeden leest.

Want nooit, neen nooit, is zij zoo schoon geweest !
Wie ooit haar donkere kijkers turen zag,
Bij vranken blik en zoeten monkellach.
Hij loochne dat hij daarin liefde leest !

De wierook dampt in geuren op, en ziet !
Een wondre stralenkrans omgeeft haar zoet
Gelaat — en ‘k voel dat ik haar minnen moet

De zon haar om het hoofdje spelend, giet
Door ’t kleurenraam een rijken tintenvloed..
En door de beuken orgelt ’t jubbellied.

nieuwjaarskaartje verstuurd 1911

 

Als de Moed in de Vanen wappert. Cyriel Baeyens

Als de Moed in de Vanen wappert
Cyriel Baeyens

Als bij gevaar, in stilte ligt het veld
Te zien wat uit die zwoelte broeien zal,
Bewust dat vast tot onweer groeien zal,
Het geen in ’t zwanger bange zwerk nu zwelt

En boom en blad verwachten het geweld :
Het hemels vuur,dat straks ze schroeien zal
Den hagel,die de planten snoeien zal,
Den blinden, wilden wind, die reuzen velt.

Een bliksem flitst. Op de’ eersten donderslag
Ontwaakt de wind, die lang te, loeren lag,
En daadlijk rukt en fluit hij. stormt en muit

De bomen zwieren de armen boven ’t hoofd ;
Ze knikken ja en neen, als zinsberoofd.
De vreeze blaast den moed de vanen uit!

Nieuwjaarskaart 1908 verstuurd