MARIA-MAGDALENA Jef Crick

MARIA-MAGDALENA
Jef Crick

Jij dooldet eertijds zingend ter vallei
Waar ’t licht der zon op uwe lokken bloeide,
En uw bloem mooi gelaat zijn beeltnis lei
In bronne spiegel als een vlam die gloeide.
Tot Hij die hoorde uw smachtend zielgeschrei
En wist wat dorst uw groote ziel verschroeide,
Eén blik ;a wierp, één enkel woord u zei…
En heerlijk-ruisend water u doorvloeide.
Dan kwam een vredeklaarte op uw gelaat,
En bleke boetster in uw dol gewaad,
Zag men u gaan de steilten langs van ’t Lijden,
Totdat gij aan Calvarie’s hoogsten top
Reest uit uw sluiers als een heilige op,
Omstraald van glorie in ’t verschiet der tijden.

nieuwjaarspostkaart verstuurd 1925 albert 5 cent 2768

Advertenties

DE LEEUW, DE HAAN EN DE EZEL, Joost van den Vondel

Vondels fabelen  Joost van den Vondel

DE LEEUW, DE HAAN EN DE EZEL
De hoog verheven leeuw, vermoeid van ’t stadig jagen
Vond enen ezel staan, verloomd door ’t zakkendragen,
Daarbij een Lombaardse haan. die door zijn luid gekraai
Den trotsen leeuw verschrikt, dat hij met eenen draai
Zich op der vlucht begeeft. Den ezel. overmoedig.
Waant dat de leeuw bedeesd wordt door zijn felheid woedig,
Hem op zijn hielen volgt met een gezwinden loop,
En te onbedachtelijk brengt hij zijn vlees te koop.
De leeuw in ’t zwenken ziet den tragen ezel volgen,
Scheurt hem ter aarde straks met een gemoed verbolgen,
En zegt : dit is voor mij, voor ’t welgeboren bloed
En ’t eedle koningsherte, een doren in mijn voet,
Dat ik voor iemand wijk, Dit is, o slechte broeder 1
Dijn uiterste banket. O aller hazen moeder!
Volg waanwijs niet den raad, om als dijn Prince vliet,
» Hem smaad en spot te doen, om voeden zijn verdriet :
» Of U schoon ’t Avontuur toont gunstig hare tuiten,
» Zij draait te schielijk ’t hooft, en steekt  in de kluiten.
» Verstonden zij te recht den korrel van de zaak,»
Dat onbedachtheid is ’t verderf der dwazen vaak,
» Zij zouden welbezind op beter kansen letten,
Den ezel zou den leeuw niet naar zijne ere zetten

nieuwjaarskaart verstuurd 1925 25CENT LUXEMBURG BLEUET 373

Vondels fabelen Joost van den Vondel

de Aap en de kat

Joost van den Vondel

De sim, om ’t huisgezin afwezig te verrassen,
En snoepen de gebraán kastanjen uit der assen.
Nam ’s katten linkerpoot, hoezeer zij was vervaard,
En krabde de gebraán kastanjen uit den haard.
De poes heeft lui gemauwd als zij haar klauw verbrade,
En riep, houd op, houd stil, mijn linkerpoot lijdt schade :
Mijn vlees is niet meer staal en ijzer als het dijn ;
Wat tirannij is dit, ik lijde groote pijn.
Maar onze moeder sim niet afliet van verzengen,
Vóór ze had de kolk ontbloot van gloeiende karsten gen,
Belachende de kat in ’t midden van ’t verdriet,
En riep : Hoe schreeuwt gij dus, uw pijne voel ik niet.
« Een koning die zijn rijk en palen wil vergrooten
» Gebruikt zijn eigen volk en kloeke rijksgenoten ;
» Hij houdt zich uit ’t gevaar, en haalt als met haar hand,
» Al ’t geen zijn herte wenst uit ’s oorlogs fellen brand.

Kaartje verstuurd 1925 15cent ALBERT 5MAAL2 EN VIJFkleur 153 O 2780

VONDELS FABELEN JOOST VAN DEN VONDEL

VONDELS FABELEN JOOST VAN DEN VONDEL

De Slang en de Egel

Den egel bad de slang met zuchten en met stenen,
Dat ze hem toch herberg wou voor enen winter lenen.
De slingerslang beweegt door ’s egels droeve beed,
Om zijn waardin te zijn was willig en bereed,
Maar als in ’t eng des hols den egel dik gezwollen.
Zich krunkelde in een kloot, in cirkelen en rollen,
De slang misnoegen kreeg, omdat hij somtijds stijf
Met scherpe borstels vast haar prikkelde in ’t lijf.
Wel, sprak de slang, is dit het loon voor al mijn deugde ?
Dat ik u in mijn hol ontving met lust en vreugde ?
Neen, zeide d’egel, zwijg, gij vuil, twistgierig dier.
Ben ik u in den weg, zoo pakt u fluks van hier.
De slange bad vergeefs om rust en wat verschoning,
Dus om ’t geborsteld dier t’ ontgaan verliet haar woning.
« D’ondankbaar mensen, die geholpen zijn in nood,
« Vergeten weldaad licht, al is zij nog zo groot .
« Als zij geholpen zijn, beschaden zij dengenen,
« Diens mildheid over hen heeft rijkelijk geschenen.

Nieuwjaarskaartje 1925 15 CENT ALBERT ROTO 5993

VONDELS FABELEN JOOST VAN DEN VONDEL

Vondels fabelen  Joost van den Vondel

De Wolf en ’t Geitken •
De langgebaarde geit om voedsel gaande uit dolen,
Eerst ’t geitken heeft belast te blijven weggescholen
In ’t diepste van de kooi, die zij met grendels sloot,
En geenszins oop’ te doen haar jongsken streng gebood
De Wolf, die bij geval daar lag omtrent geslopen,
Kwam als de geit vertrok fluks aan de kooi gelopen.
En klopte zoetlijk aan, en riep tot zijn gewin,
Op, op, mijn geitken, op, en laat uw moeder in.
Neen, zegt de jonge geit, ik luister naar geen spreken,
Tenzij mij iemand brengt de leus en ’t rechte teken.
Doet op, mijn kind, doet op, houdt Wolfaard stadig aan,
De leuze mijn gedachte en hers’nen is ontgaan :
Zo heb ik, zegt de geit, de sleutels ook vergeten ;
Dus blijft vrij buitenstaan. ik zie u door de reten.
« Wie op de wetten acht die billijk zijn en goed,
« Zich vrank en veilig voor veel ongevals behoedt.
« Wie ’t oor der oudren tucht leent vlijtig naar vermogen,
« Niet licht van iemand wordt verleid, noch ook bedrogen

Vondels fabelen Joost van den Vondel

 

Vondels fabelen

Joost van den Vondel

De Leeuw met de andere Dieren
De leeuw, der dieren hoofd, beval dat alle beesten
Zich rustten tot den krijg, de minste als den meesten.
t Langhalzige kameel, den ezel en den stier.
De beer, den haas. het zwijn, en ’t wrede panterdier.
De luipaard en de wolf, teinhove fluks verschenen,
Met al wat ’t aardrijk drukt en voortstreed op vier benen.
Toen sprak de ruige beer, heer koning ! zijt gij dwaas
Dat gij gedagvaardt hebt den ezel en den haas ?
Die onbekwaam ter krijg schier vluchten voor de dode ?
Den ezel is te bot, den haas is veel te bloode.
Desi ezels dommigheid is wijd en zijd berucht :
En ’t haasken drijft de vrese al stadig op de vlucht
Neen (sprak de stoute leeuw) die twee ons nut zijn zullen ?
Den ezel schrik aanbrengt, vermits zijn ijslijk brullen ;
Het haasken vlug en snel, in ’t lopen wel geleerd,
Boodschappen zal al ’t geen wat in den krijg passeert.
« Die om ’t gemeenebest eendrachtig te beleiden
Zo rijp is van beraad, zo kloek en zo bescheiden.
« Dat zelfs de onnutste hem ook te passe komen kan,
« Dezulke ’t beeld uitdrukt van een bizonder man.

nieuwjaarskaart verstuurd 1925 10 cent nadruk verboden

BLIJHEID AW Grauls

BLIJHEID
AW Grauls
Het staag gedrup van zomerregen in de straten,
en wij getweé, vertrouwd en arm en arm bijeen
als kleine kinderen, zo simpel in hun praten
en toch zo blij, blij door den avondregen heen

Mijn weemoed ver en verder nog verleden zorgen
alleen de regen en uw blijde woordenval
en diep, onuitgesproken in ons hart verborgen
het heerlijk schoon gedacht dat liefde komen zal.

nieuwjaarskaartje verstuurd 1925 10 cent fabrique en france