WIJSHEID UIT DE WINTERMAANDEN KAREL LEROUX.

WIJSHEID UIT DE WINTERMAANDEN
KAREL LEROUX.

Hier, waar de nood van geen verlangen mij genaakt,
bij ’t prevelen der dagen en het zwijgen van de nachten,
het ongestoorde redeneren der gedachten
en de berusting in mijn hart…, dat toch nog waakt,

onzeker soms bij avondval en dageraad !
Hier, waar ik in mijzelf gekeerd het slaan kan voelen
van iedere ader en de kracht van elk bedoelen
moet zuiver zijn, waarop ik mij voortaan verlaat ..,

hier zit ik, woordloos wijs, van leed en lust bevrijd,
gelaten in den spiegel van mijn ziel te staren,
aanschijn aan aanschijn met mijzelve ’t openbaren
te wachten van ’t vizioen dat mij door het leven leidt.

kaartje verstuurd rond 1910 frgr5 circe5020

Advertenties

DRIELUIK, VAN MAURICE STEENHOUT.

III JEZUS

MAURICE STEENHOUT

Zij, die met ziele-lasten als belaán.
moe-torsend hunne levensscherven,
niets hopen meer dan ’t uur van sterven,
zij troffen Jezus wandelend op hun baan.

En Hij, mild, metend hunne ziele-duisternis
bij hunner ogen leedgestaar,
en met ootmoedig-gul gebaar
hen nodend aan Zijn rijken liefde-dis,

Hij bood er hun Zijn have en goed,
terwijl Hij stralend in Zijn schoonheid rees :
Daar, neem en eet, dit is mijn vlees,
daar, neem en drink. dit is mijn bloed !

En daar Hij sprak het liefdewoord
kwam hunne ziel in wijde klaarte baden,
en door hun leven rilde een hergeboorte,
als jeugdig sap door jonge lentebladen.

Hun ziele fladderde om Zijn ziele rond
en dronk aan Zijne ziele klaarte,
als vlinder, die eens rups was laag bij grond
uit reine lelie honing gaart. ‘

verstuurd rond 1910 frgr5 circe4169

DRIELUIK, VAN MAURICE STEENHOUT.

II. — De Blijde boodschap

Eén weg is er maar, dien de mens kan gaan

het schone, schalmeiende leven !

Het leide langs steg of het lelde langs laan,

het leven is waard dat men ’t leve !

 

De bloemkelken groeien naar ’t laaiend licht,

het glanzend, het gul en het gouden!

En draai ik naar liefde mijn gerig gezicht :

twee ogen die ‘r glunder in schouwen.

 

Is zondig het vlees en besmeurd met slijk ;

zijn zinlijk bij wijn de gebaren ;

zeg! zoet smaakte de appel en zerp tegelijk,

en lokte als hij hing in de blaren.

 

Ai ! Leed heeft er menige ziel bezeerd ;

— door Jezuke’s hart stak een lanse —

de schoonheid der smart is ’t verheerlijken weerd,

in liederen, waar beelden in dansen.

 

En zingt mijne ziel haren zielezang :

de blijheid is de eeuwige boodschap!

Ik drink mijnen drank en ik ga mijnen gang

bah.! Toch komt er brood op de broodschap !

Nieuwjaarskaartje: 1910 frgr5 chrysanhemes serie a

DRIELUIK, Maurice Steenhout.

DRIELUIK,
van Maurice Steenhout.

I. — De Doolaars
Wie morrens-moe hun sloven staken
en bedelen om hun. bete brood
en toch in hunne zielen slaken
een kreet van passie groot;

Wie eenzaam, levens-dorstig, branden
van brandewijn in lage kroeg,
en drinkend, breken heilige banden,
en hebben nooit genoeg;

Wie door de dagen ’t leven sleuren,
in stegen vuil en vaal van licht,
en kloppend staan aan alle deuren,
wijl elke deur blijft dicht ;

Wie door den wijden avond waden,
door walmen zomer-teer aroom,
in hun groot-open ogen raden
een verren, verren droom

Wier krachten sluimeren in hun zielen,
stil doodgaan, dor en ongevoed,
wier levensliefden nedervielen,
In giftigen wereldvloed;

zij zijn ’t die zuchten en die zoeken
naar ’t woord van licht en liefde, zie !
Zij dragen op hun schouders als vloeken,
een donkere profetie.

O DICHTER! Juliaan Coelemeire

O DICHTER!

Juliaan Coelemeire
O Dichter, die uw bittere, droeve klagen,
Uw wrange weemoed en uw zwaar verdriet
In stilte aanbidt, in bange, grijs verschiet
Van duister-grauwe, troosteloze dagen,
Heeft nooit een ziel uw stille kwijnend lied,
Door liefde en leed in trillend hart gedragen
Uw schreiende ogen die nooit blijheid zagen
Uw reine ziel, die zachte dromen ziet.
In ’t ongenadig rusteloze leven,
Met innigheid en zuivere minnelust
Gezoend? U vreugd gebaard? weer moed gegeven?
Ach neen! Teleurgesteld hebt gij uwe rust,
Na vruchteloos en onbaatzuchtig streven ,
Uw eenzaamheid, droef. strelend weer gekust.

nieuwjaarskaartje verstuurd rond 1910 frgr5 atlas2140

 

STABAT MATER. ADOLF ULENS.

STABAT MATER

ADOLF ULENS.
Daar, onder ’t bloedend kruishout, stond de Vrouw van smart,
heur ziele met een maatloos, vlijmend leed bevangen,
de handen wringend, om het zerpe weemoedsprangen,
en wenend tranen bloeds in ’t bange moederhart_
En om het kruishout klonken, scherp, en wild verward,
der Joden schimp en spot en gruwende ontuchtszangen,
wijl Jezus, in zijn smart en godd’lik zielsverlangen
het Vredesoffer bracht voor ’t mensdom, boos verhard.
Toen, bij uw donderstem, dees aarde schokte en beefde,
O Heer, en op uw woord de doden plots herleefden,
Toen starrenglans verbleekte en zonnegloed verdween :
Wat heeft toen ’t meest, o God, in uwe schaal gewogen,
of ’t bloed van Jezus-Christus, Zoon des Allerhogen,
ofwel der Moeder smart, en droefnisvol geween ?
2 Maart I918.

MORGEN G. Bardemeyer

MORGEN

G. Bardemeyer

Bestendige metamorfoze, beeld na beeld,
(geen plotse opeenvolging maar
onzichtbaar
vervloeien in elkaar),
zo de overgang van onbestendig uitzicht in de stad.
Overal bezwijkt de stilte, door elke tred gehakt
tot kras rumoer.
Bij de geboorte van deze zonnedag
monkelt de vreugdeplooi op ieder gelaat een glimlach.
Ik voel mij elke vreemdeling vriendverwant,
lijk scheiding-door-de-afstand naderbrengt
M’n wezen ligt in de mensengemeenschap gemengd.
Is niet elke hand
d’aanvang van een broederband ?