IK VREES VOOR U (voor ’n zwakke ziel)

Salomon Bonne

Ik vrees voor u,
Gij blonde vrouwtje, teder,
dat als een teder wicht nu ligt
op ’t ziekbed neder.
Ik vrees voor u zozeer:
ik had in de tuin een roos
zo broos
en fijn van bouw, van kleur zoo teer.
Zij bloeide in de zon
als voor haar moeder kindje,
een windje
en zij lag! eer ik haar redden kon.
Als ik uw sterreklare ogen zie
zo blank en zacht en kinderlijk groot-open,
beslopen
wordt mijn hart, ‘k gedenk do roze die
door ’t eerste windje werd in tuin gebroken.
Ik zie de wieken van den stillen dood
rondom uw zachte slapen varen,
uw ogen staren
voor ’t aardse licht zo groot.

 

Advertenties

DE VERLOREN MOEDER (uit zangen van hoop) Salomon Bonne

De verloren moeder  (aan mevr Berns)

Salomon Bonne
Stil suizen de zonnen door ’t ruim en vragen niet
waarom zij wentelen, ’t eeuwig ruim omhoudt hen vast;
stil ruisen de zeeën en eeuwig daalt en wast
haar blank gelaat en eeuwig ruist haar eeuwig golvenlied.
Stil bloeien de bloesems, de vruchten en worden getast,
de mensen en de volken bloeien, zinken in het niet.
Zoals een tuinder rondgaat en zijn akkers wiedt,
zo wiedend komt gij, Dood, in aardtuin en verrast.
En ginds daar schreit een weduwe, hier een amper kind
en allen klagen, schreien, allen gij vindt
bereid te volgen u en haar lieve dode.
Maar! een oude moeder aan de sponde van haar kind
die ’t dragen, het verwachten, en ’t bloeiend opgaan zint
o bitter! waar haar, arme, ’t eerst bereid de zode.

VERLANGEN (uit zangen van hoop) Salomon Bonne

VERLANGEN (uit zangen van hoop)

Salomon Bonne
Verlangen is een vuur dat niet en dooft,
’t is als ’n zwaan klapwiekend, kan niet sterven
de Dood komt om het hart, in ’t jonge hoofd
droomt nog ’t verlangen in parelmoeren verven.
Mijn broeder, ons verlangen is sterker dan de wil
de strijd is ais ’n bloemknop om ’t verlangen
het dunne hulsje houdt ’t gloeiend blad gevangen,
dan breekt bet uit en in de zonne stil
bloeit het omhoog! omhoog! Mijn broeder,
uw verlangen overwint de dood, want als
zijn donkere arm zich wringelt om uw hals,
dan is het blank verlangen in u nog levend:
en als gij op zijn vleugelen, door hoge hemelen zwevend,
de engelen zingen hoort uw doods- en hemellied,
staart gij zoekend naar uw lief, hoort en begrijpt hen niet.

verstuurd rond 1913 frd10 vrouw

OP MEI (uit zangen van hoop) Salomon Bonne

OP MEI (uit zangen van hoop)

Salomon Bonne
Een tuil rode bloemen
’n zonstralend agaat
een beker zonliefde
als je leerlijk gelaat.
Leg ik nu in de zon
in do zon van de Mei
en als hot kon, lief
lei mijn hart erbij.
Het klopt in mijn borst
en het doet mij pijn,
wijl het zo naar u dorst
en niet bij u mag zijn.
De maats en hun vrouw
die keken mij aan,
die begrepen heel gauw
waar ik wilde gaan.
En geen heeft een groet
met de mond gesproken:
in hun oog floerste gloed
en hun woord was gebroken.
Een oud moedertje
boog zich voorover en sprak
,,God zegen je, kind,
wat een prachtige tak.”
Teen ben ik geweken
en liet hen staan,
en ben op mijn dag
naar je heengegaan.

Met ’n tuil rode bloemen
als ’n stralend agaat
en weemoed en sterven
in ’t oude gelaat.
De bloemen die leg ik
in de zon van den Mei
en als het kon, lief,
lei mijn hart erbij.

GIJ KUNT GETUIGEN (uit gezangen van hoop) Salomon Bonn

GIJ KUNT GETUIGEN (uit gezangen van hoop)

Salomon Bonn

Gij  kunt getuigen, liefste kameraden,
dat ik mijn tijd met jammer heb gedragen
dat ‘k krimpte, kreunde, van de stage plagen
en toch nimmer en nooit -het ]even heb verraden.
Maar een smart is mij te zwaar te dragen,
het nieuwe krujs dat ik tors in enkelheid;
zoals ’n beest zocht ik van kindsen tijd
mijn voedsel en mijn stal, en vond niet, vele dagen.
Nu is de zegen van de Eeuwigheid
die ik vond in u voor altijd mij genomen
het zoeken, niet om u meer, doet zoo wee!
Gij hebt zo teder lieflijk mij geleid
wie volgde u niet, zonne! zonder schromen?
enkel de plagen gaan nu met mij mee.
S. Bonn

Geboren te:
Amsterdam, 05-02-1881
Gestorven te:
Amsterdam, 14-08-1930
Volledige naam:
Salomon Marcus Bonn
Naamsvarianten:
Sal Bonn; Samuel Bonn;
Sebastiaan Bonn
Pseudoniemen: –

https://www.nederlandsepoezie.org/dichters/b/bonn.html

kaartje verstuurd 1912 frro10 2543

GIJ DIE GETUIGEN KUNT! (uit zangen van hoop) S.Bonn

GIJ DIE GETUIGEN KUNT! (uit zangen van hoop)
S.Bonn
Gij die getuigen kunt, gij sterren en gij wolken
die mijne makkers zijt in mijnen nacht,
gij werelden die met het aardekolken
meegaat, of andere wereldzonnen macht
tot lichten geeft. Gij dwalers met mij
door de schemeringen van ’t stille avondwoud
waar niets meer dan de bomen en uw rei
en ik onder u gaand, als ’n kindje, stil vertrouwd.
En al die bomen als reuzen om mij heen
als grote goede vaders die het kind
beschermen met hun armen tegen kou en wind.
Gij en de Dood die bleke schim die één
is met mij, steeds, sinds toen, mij gaarne vindt;
doch als ‘k mijn armen open schimmend zwindt.

(= 1 schaduw 2 vage gedaante 3 geest van een overledene)  (= verdwijnen)

nieuwjaarskaartje verstuurd rond 1912 frro10 serie 3274 1

AAN EEN STERVENDEN VRIEND  (uit Zangen van hoop 1919)S Bonn

AAN EEN STERVENDEN VRIEND  (uit Zangen van hoop 1919)

S Bonn

Het hoofd ligt nu zo wit, en zwart
de baard en ’t haar op ’t witte kussen,
lijk dode ravenvlerken vlekken tussen
de witte wintervelden. Verward

gaan nu uw woorden uit uw dwazen mond
die wit en blauw is on van schuim betogen,
daar gloedt en brandt iets in uw donkere ogen
dat waanzin is en wanhoop: zij zien rond
on voor zich uit en zien niet. Zoekt gij
de engelen in den hogen hemel, en vindt ze niet?
ziet gij de sterren als werelden van Iicht
door zwarte hemelnachten dansen eenen rei?
hoort guj den Zichter met zijn stervenslied
aanruisen en beeft ge? beeft ge… nu voor zijn gezicht?

kaartje verstuurd in 1912