Als rode rozen..Flora de Lannoy

ALS RODE ROZEN
Flora de Lannoy

Als rode rozen dromend hoofdjes nijgen
En witte, lijdzaam , blank te mijmren staan
geheim vol reuz’len ziverige blaân .
bij zoelen zomernacht, in roerloos zwijgen.

Als zuchten door de lange lindelaan,
In zwarte. onbewogen bomen dreigen.
Laat ik mijn bleke , handen nederzijgen
En roerloos staar ik naar de stille maan.

Weer glijdt ze traag, in onverstoorb’re ruste.
Weer drijft z’op ’t water als een blanke zwaan,
Herinnert, hoe, toen gij voor ’t eerst me kuste
Gij, bij haar glans, mij eeden hebt gedaan.

Haar licht… het straalt ; Uw heilige eeden… heen!
En ik herdroom mijn droom van lang geleên !…

Wilrijk . Flora de Lannoy.

Kaartje gepubliceerd 1913

Advertenties

ALLEEN WILLEM GIJSSELS.

ALLEEN

WILLEM GIJSSELS.

In doffen schemer is de dag verscheiden.
Traag wikkelt de avond in een vlottend dons
De dromende aarde. Naar de verre weiden
Een vrouwken blikt en zegt een vaderons.

Langs tere zoenen van den avondzegen
Glijdt weemoed neer in ’t oude moederhert,
Dat zacht gedragen door de levenswegen
Het verst verleden langzaam naderterdt.

Daar voelt ze ’t klamme zweet weer, mild bevruchtend
Op ’t zwoegend lichaam en ze ziet den oogst
Want hobben tobben was ’t van in den uchtend
Tot ’s avonds laat, voor ’t welbeminde kroost.

Toen viel er niet te denken aan verpozen,
Zoonauw kreeg zij haar dagtaak afgedaan.
Ze ziet haar kindren van gezondheid blozen.
Dan. opgegroeid, ter grote stede gaan ..

Met de ijlte van den avond om zich henen.
Denkt ’t vrouwken na: « er kwam geen. einden aan
En ’t vindt nu tijd te veel om stil te wenen…

postkaart verstuurd 1913

Ach.! Kon ik… Pieter Mertens

Ach kon ik u kussen en kozen,
Mijn liefje., mijn enige schat
Wat gaf mij een wereld van bozen.
Ik koosde en kuste mij zat

Wat kon me die rommel dan schelen
Dat ijdele domme gedoe
Ach! Kon ik mijn lieveke strelen
Ik koosde en ik kuste mij moe

Ik hoore den wind in de bomen.
Die gaat naar mijn lieveke heen.
Ik wilde op een windeke komen.
En kussen heur mondeke kleen

Maar komt weer eens vrede in den lande.
Dan zoek ik  mijn lieveke weer;
Dan leggen we handjes in handen.
En kozen en kussen we weer.

nieuwjaarskaartje verstuurd 1913

TOEN WIST IK…. MARIA DE LANNOY

TOEN WIST IK…. MARIA DE LANNOY

Toen wist ik, dat ge mij beminde.
toen mij de luwe zomerwinden
door stille, ster-bezaaide nachten
al uwe lievende gedachten brachten.

‘k Hoor nog alleen in ’t zoel geluchte
de stervensmoede winden zuchten;
geen woord van u, geen klank meer ruist er
tot mij, hoe ik op ’t windgefluister luister.

Gaat nu naar and’ren uw verlangen,
en luistert gij op and’rer zangen?
Zult gij mijn stemme niet meer horen?
leeft dan mijn lied zijn zoet bekoren verloren?

Dan zullen and’re klanken stijgen
uit mijn gemoed: mijn smart zal zwijgen:
ik zal van mijn begochelingen
en al mijn zoete ‘erinneringen zingen.

Dit zou mijn loon zijn, dat gij wedel
mij in uw armen naamt, heel teder,
zo mijne smart in slape suste
en mij, wijl ‘k aan uw harte rustte, kuste

nieuwjaarskaartje verstuurd 1913

BROEDER KOK Herman Broeckaert

BROEDER KOK
Herman Broeckaert

Als broeder kok gewekkerd wordt,
Dan schjint de nacht hem veel te ‘kort,
De dag te vroeg gekomen;
Hij rekt zich uit, hij geeuwt, hij gaapt,
Hij draait zich eens., en weerom slaapt
Bij zoete zonnedromem
Broeder kok, broeder Jan,
Broeder kok geniet ervan.
Maar. . . ondankbaar is hij nooit
Omnia pro Domine!
Wanneer hij in de keuken staat,
Alwaar ’t muziek van ketels gaat
Van potten en van pannen
Dan pitst hij hier, en peuzelt daar,
En laat zijn buikske tonnezwaar
Van  peuzilingjes spannen
Broeder kok, broeder Jan,
Broeder kok geniet ervan.
Maar. . . ondankbaar is hij nooit
Omnia pro Domine!

Wanneer hij naar den kelder moet.
Dan doet hij zich eens geren goed.
En laat het bierke lopen ;
Hij drinkt een stoopke, drinkt er drij,
Hij drinkt er nog een vierde bij,
« Dan gaat zijn hertjen open !
Broeder kok, broeder Jan,
Broeder kok geniet ervan.
Maar. . . ondankbaar is hij nooit
Omnia pro Domine!
Hij wil na ’t leven ’s hemels kroon,
En broeder kok is ’t nu gewoon
Dat strenge kloosterleven!
Ook bidt hij vurig keer op keer :
Behoud me lang als kok, o Heer,
ik wil mijn hert U geven!
Broeder kok, broeder Jan,
Broeder kok geniet ervan.
Maar. . . ondankbaar is hij nooit
Omnia pro Domine!

Nieuwjaarskaartje verstuurd 1913

VLINDERKE, PEPELKE Lowy Haems

VLINDERKE, PEPELKE

Wiebelend klepelke,
Bijs op dit stengelke,
Zotteke, bengelke ;
Zijt ge niet moe?
Rep er uw vleugelkens
Dan als de veugelkens.
Hoog in de wollekjes,
Zefieren kollekjes ;
Pepelke, doe,
Zoen dan de blommekes
Dring in hun kommekens
Koester de blarekens.
Kam er hun harekens ,
Zijig en fijn ;
Mokkel uw lieveke
Klaverend dieveke:
Zelve nog zocht ik geen
Gaaiken maar mocht ik een
Pekelke zijn.

Lowy Haems
I fkaartje verstuurd 1912 nieuwjaar

STILLE REGEN Herman Broeckaert

STILLE REGEN Herman Broeckaert

De lange dorpstraat hangt vol regenmist,
En ’t brobbelt speels uit al de goten.
De droppels van de daken dansen in den plas :
Soldaatjes, blij te peerd, in roten.
Het zijpelt en de huizen nu,
Ze blijven stil gesloten
Een einde verre, schreit een orgelken
En bedelt om een cent
En om een bete voor den ouden.
Den armen sukkelvent.
Schier tenden, rond het kerksken, stapt
Een vrouwe voort, gestopen;
Klam klinkt het vesperkloksken, dof:
De kerkedeur staat open!

Postkaart verstuurd 1912