Douw, douw, karloken – Poezeminneke is gelegen – Douw, douw, kindeke douw – Klaas Vakeling

Douw, douw, karloken,
we gaan patatjes koken,
koken in de grote pot,
want de kleine is kapot.

Poezeminneke is gelegen
’t arm beestje is uit de pijn,
’t heeft zoveel kleine poesjes gekregen,
zeven grote en nog een klein.
Ratten en muizen
moeten verhuizen,
omdat er zoveel poezeminnekes zijn.

Douw, douw, kindeke douw,
slaap en doe je oogjes toe,
of anders komt de Slokke Baboe!

Klaas Vakeling, Klaas Vakeling
kwam door de schoorsteen in,
hij zag Kobeke zijn oogjes
en die keek naar zijn zin,
die moet slapen,
die moet drinken
roomkes van de bonte koe

nieuwjaarskaartje verstuurd in 1910 10 semeuze fr bnk 33529 5

Advertenties

Ninne kinne minne kattepoot – Karel, die over de deure lag, – Er is een kindetje geboren

Ninne kinne minne kattepoot,
in de netels lag een hondje dood.
Daar kwamen zeven vliegen
ze wilden ’t hondje bedriegen,
maar ’t hondje nam zijn linkerpoot
en sloeg ze alle zeven dood.

Karel, die over de deure lag,
en die een arme man aansprak,
er kwam een wind en zijn baard vloog af,
en Tjeppen die had nog stoppe vergaard
om voor Karel een nieuwe baard.

Er is een kindetje geboren
op het toppeltje van ’t huis,
het had zijn bonnetje verloren
en het ging al krijsen naar huis.
En de speelman die speelde zo zoetjes,
en de moeder die was zo ziek,
en ze eet zo gaarne kapoentjes,
maar de beentjes mag ze niet.

Nieuwjaarskaartje verstuurd rond 1910 10 ct semeuze rood paris 286

Zu, zaan, kinne van mijn minne – Suza, kindje – Hoe laat is het ?

Zu, zaan, kinne van mijn minne,
zu zaan, mijn knoterbol,
ik zal met het kindje spelen gaan,
anders moet ik aan de wiegvoet staan,
dan gaat de wieg al tik-tak
met mijn kleine dikzak.

Suza, kindje,
jij bent moeders vrindje,
jij bent vaders wittebrood,
’t naaste jaar is ’t kindje groot.

Eia popeia, kook kindekes pap.
Heb je geen melk, zo melk de kat,
heb je geen kat, zo melk de muis,
zo is er altijd melk in huis,
melkje zoeter dan vijgen,
’t kindje moet slapen en zwijgen.

Hoe laat is het ?
Zeven uren.
Wie zegt dat?
De meid.
Waar is ze?
In de kelder.
Wat doet ze?
Ze breit.
Voor wie?
Voor de kleine Sofie.
Voor de grote bimbam,
Goeienavond, Johan.

nieuwjaarskaartje verstuurd 1910 10 ct semeuze rd fr

Tante Liere Maaike – Als kleine Jan kwam van de akker – Slaap, slaap, kindje slaap,

Laatste betje was niet goed
wij gooiden over Sinte Pieter zijn hoed.

Tante Liere Maaike,
‘k weet een vogelnest,
in ’t hoekske van ’t schapraaike,
daar wonen kinderen best.
En is er nog wat te bikken,
is er nog wat te likken,
tante Liere Maaike?
Ik weet een vogelnest
in ’t hoekske van ’t schapraaike,
daar wonen de kinderen best.

Als kleine Jan kwam van de akker,
was de kat met de biefstuk weg.
Op wie zal Jantje bet nu steken,
op zijn moeder of op de kat?
‘k Zal ’t maar op onze moeder steken,
anders krabt de kat met haar poot.

Slaap, slaap, kindje slaap,
onder je wiegje ligt een schaap,
het heeft zo’n witte voetjes,
bet drinkt zijn melk zo zoetjes,
schaapje met zijn witte wol,
kindje drinkt zijn buikje vol,
slaap, kindje slaap.

Douw, douw deine.

Douw, douw deine,
laat het zonnetje schijnen,
laat de regen overgaan,
laat de kindjes schooltje gaan.

Wie zal ze leren?
Onze lieve Here.

Wie zal ze omtouwen?
Onze lieve Vrouwe.

Wie zal ze te eten geven?
Sinte Pieter, de heilige man,
die zijn brokken sparen kan..

Hij ging al naar zijn hoekje,
hij gaf ons elk een koekje,
hij ging naar zijn kapelletje,
hij gaf ons elk een velletje.
Hij ging naar zijn schapraaitje,
hij gaf ons elk een vlaaitje,
hij ging naar Zijn tafeltje,
hij gaf ons elk een wafeltje.
Hij ging al naar de buiten.
hij hapte de hond zijn staartje af,
hij gaf er ons een beetje van,

nieuwjaarskaartje verstuurd rond 1910 10 ct rood frans 9204

Suja, suja, hakkepuk – Douwderidouw mijn mattiko – Sujao, mijn lam

Suja, suja, hakkepuk,
krijg toch maar geen ongeluk.
Als andere kindjes spelen gaan,
dan moet ik bij het wiegje staan,
It wiegje dat zegt: krik, krak!
Slaap, mijn kleine dikzak.

Douwderidouw mijn mattiko,
patrijzen zijn geen vinken,
als mijn lief mij niet en wil,
dan ga ik mij verdrinken.

Sujao, mijn lam,
Moeke zal kijken of Vake ook kwam,
Vake kwam over ’t brugje gelopen
om voor ’t wichtje een koekje te kopen.
Sujao, mijn lam,
Moeke zal kijken of Vake ook kwam.

Des winters als het regent (volledig)

Des winters als het regent,
dan zijn de straatjes nat,
dan gaan de voyageurkes
niet altijd uit de stad.
En ik zing nog eens van
‘mijne man is thuis
en ik zijn in confuis”,
slaap, mijn zoete, lieve lammeke,
en maak daarbuiten zo geen gedruis.

En achter de deur,
daar staat er de wijn,
we kunnen vanavond
niet vrolijk zijn.
En ik zing nog eens van
‘mijne man is thuis
en ik zijn in confuis,
slaap, mijn zoete lieve lammeke,
en maak daar buiten zo geen gedruis.

En boven op de zolder
daar hangt er het spek,
en zijt gij voorwaar
zo een grote gek.
En ik zing nog eens van
mijme man is thuis
en ik zijn in confuis”,
slaap, mijn zoete, lieve lammeke,
en maak daarbuiten zo geen gedruis

nieuwjaarskaartje verstuurd 1910 5ct semeuze fr 2144