Categorie archief: Geen categorie

ONWEER Juul Bovee.

ONWEER
Juul Bovee.

De bliksemslangen kruipen
de luchten uit,
de wolken druipen
van zwaar geluid.

De bomen wagen,
hun blaren dragen
het ruisend regennat.
De bomen wagen,
ze strooien uit,
met plets-geluid,
hun zwaren waterschat .

De velden dijzen,
doen ’t groen vergrijzen
in strepend regenvlaag.
De grauwe wolkenblokken
opkantlen uit de kim.

En schichtend bliksemglim,
de luchten vlug doortrokken.
verlicht de wolkenlaag
in dommelend gedonder
van wentelend lawaai.
Antwerpen

Postkaart verstuurd tussen 1913 en 1929

Advertenties

Onder de Linde Rosa Corthauts van Puyenbroek

ONDER DE LINDE

Rosa  Corthauts van Puyenbroek

 

De schone lindeboom

Dekt voor een winterdroom

Met grootse pracht de paden.

Met ’t lindenbloesemkleed

’t Koraal doorweefd tapeet.

Van gele zijden bladen.

 

Wanneer het windje stoeit

En looverschoonheid snoeit,

Dan stroomt uit ’s hemels bronnen,

Uit ’t blauwe werelddak

Door bladerlozen tak

De stralengloor der zonnen.

 

En tooit met gouden glans

het vloerkleed als een krans,

In ’t schitteren der kleuren.

De zomer is voorbij.

Maar ’t heerlijk herfstgetij

Ontsluit zijn wonderdeuren

Laken ,

nieuwjaarskaartje 1913

Als rode rozen..Flora de Lannoy

ALS RODE ROZEN
Flora de Lannoy

Als rode rozen dromend hoofdjes nijgen
En witte, lijdzaam , blank te mijmren staan
geheim vol reuz’len ziverige blaân .
bij zoelen zomernacht, in roerloos zwijgen.

Als zuchten door de lange lindelaan,
In zwarte. onbewogen bomen dreigen.
Laat ik mijn bleke , handen nederzijgen
En roerloos staar ik naar de stille maan.

Weer glijdt ze traag, in onverstoorb’re ruste.
Weer drijft z’op ’t water als een blanke zwaan,
Herinnert, hoe, toen gij voor ’t eerst me kuste
Gij, bij haar glans, mij eeden hebt gedaan.

Haar licht… het straalt ; Uw heilige eeden… heen!
En ik herdroom mijn droom van lang geleên !…

Wilrijk . Flora de Lannoy.

Kaartje gepubliceerd 1913

Ach.! Kon ik… Pieter Mertens

Ach kon ik u kussen en kozen,
Mijn liefje., mijn enige schat
Wat gaf mij een wereld van bozen.
Ik koosde en kuste mij zat

Wat kon me die rommel dan schelen
Dat ijdele domme gedoe
Ach! Kon ik mijn lieveke strelen
Ik koosde en ik kuste mij moe

Ik hoore den wind in de bomen.
Die gaat naar mijn lieveke heen.
Ik wilde op een windeke komen.
En kussen heur mondeke kleen

Maar komt weer eens vrede in den lande.
Dan zoek ik  mijn lieveke weer;
Dan leggen we handjes in handen.
En kozen en kussen we weer.

nieuwjaarskaartje verstuurd 1913

VLINDERKE, PEPELKE Lowy Haems

VLINDERKE, PEPELKE

Wiebelend klepelke,
Bijs op dit stengelke,
Zotteke, bengelke ;
Zijt ge niet moe?
Rep er uw vleugelkens
Dan als de veugelkens.
Hoog in de wollekjes,
Zefieren kollekjes ;
Pepelke, doe,
Zoen dan de blommekes
Dring in hun kommekens
Koester de blarekens.
Kam er hun harekens ,
Zijig en fijn ;
Mokkel uw lieveke
Klaverend dieveke:
Zelve nog zocht ik geen
Gaaiken maar mocht ik een
Pekelke zijn.

Lowy Haems
I fkaartje verstuurd 1912 nieuwjaar

SPEL H Muyldermans

SPEL

Hij was het windeke, zij was de roze.
’t Windeke streelde zo zoet hare blaân
Dat zij, verwonnen door ’t lokkende koozen,
Gans voor die liefde was opengegaan.

O wat-een lente, wat heerlijke leven !
O wat een baden in hemelsen lust !
Wonne der wonnen, door ’t Eden te zweven,
En van geen wereldsen kommer bewust!

Ach, het was aards en is ’t aardse geen logen?
Plots gaf het windeke nijdig een ruk.
’t Rozeken rilde, en haar bladerkes vlogen
Heen met de dromen van liefde en geluk!

Weg was het windje naar andere bloemen,
Waar het weer zoetjes aan ’t fluisteren ging,
Om hunne kleuren en geuren te roemen,
Terwijl het roosken te sterven daar hing !
H. MUYLDERMANS.

postkaart eigen verzameling 1912 verstuurd

Bij ’t krijgswee ruist een stille beé… Willem de Bom

Bij ’t krijgswee ruist een stille beé…
(Aan de Wester.Schelde)

De rode westerzon doorgloeit het donkre zwerk,
en, plechtig, sleept haar kleed van bloedge panden
naar ’t peilloos diep van heimnisvolle landen,
waarover tragisch doft des krijgs vernielingswerk.

Een stroom van glimmend bloed zeeft door den schaduwdijk
des horizons, zich mengend met de baren
der bange Scheld’, waarop onz.’ oogen staren
die, schrikkend, dromen gaan van krijgswee, dood en lijk
En pijnlijk kreunt ’t eentonig golfgeklater,
van diepe mensensmart doordrenkend ’t eenzaam oord

Thans zwijgt ’t kanon: het vredig Scheldewater,
’t donkrend schemeruur vloeit kalm en ongestoord.

En uit het stil geruis een bede gaat er
voor eeuwgen wereldvreè, die zacht ons ziel bekoort.
Antwerpen.
WILLEM DE BOM

https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_Vlaamse_schrijvers

zie ook Oorlogsdagboeken Rafael Waterschoot wereldoorlog 1914 1918

nieuwjaarskaartje 1911