Categorie archief: Geen categorie

Zing niet te zoet . Marcel Breyne

Zing niet te zoet
Marcel Breyne
Zing niet te zoet, gij merelaar,
Streel niet te zacht, gij wind.
Mijn hart is droef, mijn last is zwaar
En ver is ’t zoet-lief kind.

Ach ! ver is zij… en dag en nacht
Draag ik mijn leed alleen,
Zing niet te zoet, waai niet te zacht,
Want ! ziet… ik ween… ik ween !
Göttingen, 18-5-1916.

postkaart verstuurd 1912

 

Advertenties

AVONDSTEMMING Pieter Mertens

AVONDSTEMMING
Pieter Mertens

Als den avond is nabij,
Zweeft uw zieltje dan mi mij ?

D’avondstemming maakt me rein,
Als uw eigen ziel moet zijn.

‘k Voel me dan in groots genot,
Nad’ren tot mijn Heer en God.

Buigen voel ik bei mijn knien.
Rijdt ge dan voor mij misschien

Heilig in die avondrust
Heeft mijn ziel uw ziel gekust.

Al mijn lijden, al mijn wee
Vlood met ’t slierend windje mee

Beelden kwamen van voorheen.
Hart en hoofdje dicht bijeen.

Zalige stonde ! Zonneschijn
Van mijn droef gevangen-zijn.
Göttingen, ,november 1916.

nieuwjaarskaartje verstuurd rond 1917

Levensdroom MARCEL VERMEIRE

Levensdroom
MARCEL VERMEIRE Dudzeele

Waar het vredig is te wonen,
Waar ’t natuurschoon openzwelt,
’t Zij in kleuren, klanken, tonen
Uit geboomte, water, veld.
Verre van ’t gewoel der stede,
Dat zich liefst verwijderd houdt.
Aâm ik met de planten mede
Zuivre lucht en zonnegoud.
Hoger ‘wil mijn droom niet zweven.
Heel mijn wezen tracht er naar.
Landlijk leven is mijn leven
Al mijn dromen zweven daar !

kaartje verstuurd rond 1910

LENTELIED VAN GRIEG Jef Crick

LENTELIED VAN GRIEG
aan Dom Augustinus Verhaegen
Jef Crick

Ei speel het no dat tintlend lentelied
Dat doormijn kamer tovert kleur en icht
Van zaalge meidagmorges als ’t verschiet
In parelmoeren glanzing openligt.

Dat om mij heen een strome van bloesen ziert
Die zacht wit sneeuwenlangs mijn aangezicht
Dat als kritallen klankgerinkel vliet
Uit diepe verte in trilling teer en licht

Dat als de schaatring eener frisse bron
Die zilvrig spat en perelt in de zon
Mij tegenzingt in geurigen windenzoen

i speel het nog en laat mijn klankenpracht
Weer borlen in den avond. Door den nacht
Blijft het dan lichten als en blank visioen

verstuurd in 1910

BIJ DEN EERSTEN LENTEDAG G Rotsen de Therazan

y

BIJ DEN EERSTEN LENTEDAG
G Rotsen de Therazan

Hoe turen mat en moe de kleurenloze dagen
Door ’t knoestige geraamte van de dode bomen
Het groene lover viel. De laatste gouden dromen
Ze vloden voor d’onstuimigheid der wintervlagen

De nachten duren of het nimmer meer wou dagen:
En heeft de bleke zon haar tragen loop hernomen,
Snel zoekt ze rust en daalt op ver gelegen zomen
Van vale velden die weldra in mist vervagen.

Zou ook mijn hart, bij ’t dof geworden wintertreuren,
Het laatste licht van hope moeten zien verkleuren?
Och neen, de dageraad doorboort de luchten grauwe.

Daar is de gulden vloed die eens de velden kroonde :
En mijne ziel, waar macht en kracht en vreugde in woonde,
Droomt weer, bij d’eersten lentedag, van groot betrouwen

Nieuwjaarskaart verstuurd rond 1910

ZOMER AUGUST VAN DEN BOSSCHE

ZOMER
AUGUST VAN DEN BOSSCHE

Ging der lente tover over ;
Nu is ’t zomer in het land
Ik Voel reeds warme stralen dalen,
Bijtend in der banen zand.

Zie de velden groeien, bloeien
In het brandend zonnelicht,
Zie de vijvers lome dromen
Onder ’t zware luchtgewicht.

Hoor der zangers schone tonen
Galmen over bos en kant,
Hoor hun stemmen kwelen, strelen
Over ’t goudgeel rijpend land

In de groene, wijde weiden
Rustig graast het dartel vee,
Wijl hun stemmen loeien, stoeien
Met het oostenwindje mee.

Wilt u ’t lied des koren horen
Dwaal dan als een muzenkind
Door met oogst beladen paden,
Waarin ruist een zoele wind

Nieuwjaarskaart verstuurd 1909