Categorie archief: Geen categorie

UIT DAGEN VAN SCHOONHEID EN VREDE Richard De Cneudt

UIT DAGEN VAN SCHOONHEID EN VREDE
Richard De Cneudt
VII
Het is een dag, zoo vredig schoon geboren,
dat elk geluid in schoonheid sterven zal,
een dag zoo blank, waarvoor in gtildend gloren
eindloos de kimmen wijken van ’t Heelal.
Wondre paleizen van zuiverst kristal,
hun lichtheid welvend in verliefd bekoren
over al de aardse vreugden zonder tal,
glanzen de heemlen en mijn dromen horen

’t heimzinnig lied der zuivre horizonnen
dat, bij Mijn droom-verukking los -gebloeid,
uit alle verten in duizenden bronnen

en klare beken vredig naar mij vloeit,
terwijl mijn hert, in stille aanbidding. groeit
in glorie van verborgen vreugdezonnen…

verstuurd 1920

Advertenties

EEN HUIZEKEN. Victor de la Montagne

 

EEN HUIZEKEN.
Victor de la Montagne

Ik zie er op een oud hollands plein
een vriendlijk huizeken fijn en klein.
van heldre tichelsteentjes gebouwd
en vast wel een paar eeuwen oud.

Puntgeveltje met trapkens vier, vijf zes,
met houten luifel en hoog bordes,
half verborgen in loverpracht
spiegelt het zich in de stille gracht.

En als er een zonnestraal over zinkt
al wat eraan is schittert en blinkt.,
de ruitjes in den vensterboog
en ’t gulden weerhaantje heel omhoog.

Wat heeft er dat huizeken fijn en klein
al niet beleefd op het eenzaam plein,
wat zag het, sinds het daar heeft gestaan.
geslachten:komen, geslachten gaan…

Wat zag het wissling van wel en wee
van nood en welvaart, krijg en vree,
wat borg het al niet in’ zijn schoot,
ontwakend leven, nakende dood…

Toch, gingen jaren en eeuwen voorbij,.
het bleef gespaard, eén uit de rij,
het bleef gespaard, nog staat het recht.
’t voorname geveltje, sterk en echt

’t Lijkt wel, zo oud, toch zo helder en net,
een besje niet hagelwitte kornet,
wanneer haar rimplig verweerd gezicht
een milde jeugdige lach verlicht.

nieuwjaarskaart verstuurd 1920

NACHTLIEDEKEN. Alice Nahon

NACHTLIEDEKEN.

Alice Nahon
Wat lijkt er de wereld nu somber en zwart,

‘k ben bang van de schimmige bomen

En toch is ’t zo teer,… O! zo teer in mijn hart.

O! ‘k voel zo mijn ziele vervromen!

 

Wat brengt ge mij vree, O mijn zalvende nacht,

Ge zijt er mijn wonne, mijn wereld,

Omdat ge mijn ziele met droomrige klacht,

Of roerende lied’ren beperelt

 

Ge zijt mij niet somber, of droevig, of zwart!

Ge doet mij van weelde soms wenen.

En ’t wordt er zo licht,. . O ! zo licht in mijn hart

Als alle de mensen zijn henen

Postkaart verstuurd 1918

EEN ZONDAGAVOND Flora De Lannoy

EEN ZONDAGAVOND
Flora De Lannoy

ik hoor hoe, in de lege straat,
D’eentoon’gen tred steeds verder gaat.
En later sterft het stap-geluid.
Och ! of ik ook mijn oogen sluit
En de gordijnen nederlaat,
‘k Zie altijd weer dat wit gelaat
En, of de rode mond zich sluit,
Die lichtende ogen spreken ’t uit !
Hoe heel ’t vizioen daar voor me staat,
’t Spreekt noch van liefde noch van haat ;
God, ‘k weet niet meer, wat het beduidt..
Ik hoor een doodsklok nu. die luidt!
Hard bonzend kreunt zij : « Uit ! ’t is uit !
En ‘k stop mijn ooren !.. ’t Geeft geen baat.
‘k Hoor in de stille lege straat,
D’eentoon’gen tred, die verder gaat….

Nieuwjaarskaartje verstuurd 1914

Een Liedje voor ons zusje, Jeanne Maurice Roelants

Een Liedje voor ons zusje, Jeanne
Maurice Roelants

Wen gij zoo klaar en zonder zorgen
doorheen de jonge weiden gaat,
zijt gij, met dezen dageraad,
een dubbelen lach en dubbelen morgen.

De beken van uw vreugde zoemen,
uw mond is een gedurig lied,
en wijl ge streelt door ’t zingend riet
zijn uwe handen witte bloemen.

Zo. waar het leven u nooit griefde,
hebt ge immer in de zon gestoeid
en zijt ge, o zusje, om ons gebloeid,
gelijk een Lente om onze liefde

postkaart verzonden 1914

ZIE MIJ DIT AVONDMAAL… Karel Leroux

ZIE MIJ DIT AVONDMAAL…
Karel Leroux
Zie mij dit avondmaal na dezen zwaren dag ;
ik zit ter tafel van mijn wrevel met een lach
gegrift op ’t aangezichte en in de duistere oogen
den schaamlen naglans van vergane mededoogen.
Zie. hoe ‘k met ijzren mond, de bitterheden maal,
en de oogen sluit en zwelg, maar eigenzinnig smaal:
bij iedre bete van dit avondbrood gebroken,
mijn trots gestreeld wordt en mijn nijdigheid gewroken.
En toch, deez’ koppigheid, die mij de slapen spant,
met taaien wil ze omgordt als met een stalen band,
al is deez zege een krans mijn ijdelheid geregen,
ik ben ze moe !

nieuwjaarskaartje 1913 verstuurd