Categorie archief: Geen categorie

DE ZEVEN KIKKERTJES. J. P. HEIJE

DE ZEVEN KIKKERTJES.

J. P. HEIJE

Daar zaten zeven kikkertjes
Al in een boerensloot,
De sloot was toegevroren,
Ze lagen half dood;
Ze kwekten niet, ze kwaakten niet
Van honger en verdriet.

De jongste, die een wijsneus was,
Zei tot zijn kameraads:
Die malle nachtegalen,
Wat hadden die een praats!
Was eerst het ijs maar in den dooi,
Wij zongen eens zoo mooi!

De milde, lieve Lente kwam ;…
Zij kwaakten de oude wijs:
Als zij dat zingen noemen,
Wens ik ze weer in ’t ijs;
Ik geef die kikkers allemaal
Voor een nachtegaal.

Uit: Kinderliederen.

nieuwjaarskaartje 1906 5 gr semeuze fr er paris 7451

Advertenties

HANSJE DE HAAS H. G. Heijnen.

HANSJE DE HAAS

H. G. HEIJNEN.

Klein Hansje, de haas,
O, een olijke baas!
Kwam gedanst langs den kant
Van een klaverland.
En een kraai vloog er bij,
Zo van fiedeldomdij,
En de kraaienbek zong,
En het hazenlijf sprong,
Op het linkerbeen, op het rechterbeen,
Zo huppelde ons Hansje alleen.

Rood Reintje, de vos,
Kwam getript uit het bos
En hij zei: Wel Hans,
Zo alleen aan den dans ?
Doen we samen een keer?
Gij de dame, ik de heer?
Kom maar hier met je hand
Speel gij op. muzikant!
Op ons linkerbeen, op ons rechterbeen,
Zo dansen we een poosje met tweeën!

Klein Hansje, de haas,
Was waarachtig zo dwaas,
En hij gaf hem zijn poot,
En de vos beet hem dood,
En hij slokte hem op,
Van den staart tot den kop,
En hij likte zijn baard,
En hij roerde zijn staart.
Van het linkerbeen en van ’t rechterbeen
Kreeg de speelman… de botjes alleen!

Uit: Rijmpjes en 1ijm

verstuurd 1906 5 gr fr semeuze af 638

STERK Bart Moeyaert

Sterk

Bart Moeyaert

Ik dacht dat het niet kon:
dat iets wat je niet ziet
je alle dagen draagt
en sterker maakt.
Alsof je spieren krijgt
van liefde.
En kijk, het klopt:
Het hart van oma
slaat nog altijd over
als ze opa ziet.
Maar nu hij oud is en te bed,
misschien nog net de hemel haalt,
loopt oma sinds een poosje
krommer en vraagt ze vaker
om mijn arm.
Zonder hem krijgt
ze het huis niet warm
en zelfs de hond
zakt zuchtend naast de luie stoel.
Dus is het waar
dat liefde spieren geeft
en op den duur
ook vuur.

uit ‘Verzamel de liefde’
Em. Querido’s Uitgeverij BV 2003

gekopieerd van de site http://www.poezie-leestafel.info/bart-moeyaert

Bart Moeyaert heeft de Astrid Lindgren Memorial Award 2019 gewonnen, zowat de Nobelprijs voor jeugdliteratuur. ‘Een surreële ervaring’, zegt hij zelf.

En een kaartje verstuurd 1964 geboortejaar Bart Moeyaert

Van Den Lapper Frans de Cort

Van Den Lapper

Frans de Cort

Wie is er, die het liedje kan,
Het liedje van den lapper?
Dat was een wonder van een man,
In ’t lappen rap en dapper.
Met ijzersterk
En sierlijk werk,
Geprezen te allen kanten,
Op ’t eerlijk woord,
Gelijk het hoort,
Bediende hij zijn klanten.

Nooit kon de zon des morgens vroeg
Hem in zijn bed betrappen;
Tot ’s avonds als bet negen sloeg,
Zo zat hij daar te lappen.
Hij lichtte den kop
Alleen maar op,
Om heus de mensen te groeten:
En kende van Jan
En alleman
Den naam zowel als de voeten.

Ook was er niemand in heel de wijk,
Die niet bij hem liet werken;
Hij lapte voor barons, gelijk
Voor meiden, kappers en klerken.
En al werkend zong
Hij, dat het klonk,
En was altijd tevreden:
En dankte God
Om zijn vrolijk lot
In kleine, doch reine beden…

uit liederen en gedichten

Nieuwjaarskaartje verstuurd 1905 5 ct gr frallys 616

DE SLOTENMAKERSKNECHT, B. VAN MEURS.

DE SLOTENMAKERSKNECHT,

B. VAN MEURS.

Een slotenmaker had een knecht,
Niet bijster vlug ter hand,
Wanneer hij aan de schroefbank stond;
Maar vlug was hij ter tand.
Gezeten aan de middagdis,
Dan kon hij ze allen aan,
Dan was hij aan den slag het eerst
En had het laatst gedaan.

Maar Jochem, zei hem eens zijn baas,
‘k Begrijp dat ding niet recht;
Zo lang ik leef is ’t waar geweest,
Wat ons het spreekwoord zegt:
Zo traag ter hand, zo traag ter tand.
Dat komt niet uit bij jou:
Je vijlt en vijlt zo lui, zo lui,
En eet zo bliksems gauw.

Wel, ik begrijp dat drommels goed!
Hernam de knecht met vuur,
Het eten duurt hier één kwartier,
Het vijlen veertien uur;
Veronderstel reis, baas, ik at
Hier veertien uren lang:
Dan was •k aan tafel even lui
Als ginder aan de bank.

(Uit: Rijmenzang)

Nieuwjaarskaartje verstuurd rond 1904 gp npg

DE REUZENKETEL C.Honigh

DE REUZENKETEL

C.Honigh

Ja, wat men toch al vreemde dingen
In Frankrijk heeft, zal stuurman Jaap;
Zo zag ik daar eens op een akker
Ben raap, een echte reuzenraap.

Ze was zoo groot wel als… dat huisje,
Ik kon er vast niet over zien,
En om haar van het land te halen
Gebruikte men een mand of tien.

Wel, wel sprak Teunis. Ja, ik reisde
In Duitsland voor mijn ambacht rond.
Geloof maar, dat ik daar ook dikwijls
Al heel verbaasd te kijken stond.

Verbeeld u, ‘k was daar aan een ketel
Met honderd man drie jaar aan ’t werk:
Maar ’t was dan ook een heel gevaarte,
Hij was nog groter dan de kerk!

Loop, waarvoor zo’n ketel dienen?
Vroeg ongelovig stuurman Jaap.
Maar Teun de smid zei leuk en droogjes:
Wel, ‘k denk voor ’t koken va n uw raap!

GROOTMOEDERS PORTRET Virginie Loveling

GROOTMOEDERS PORTRET

Virginie Loveling

In Grootmoeders kamer daar hangt het beeld
Uit hare kinderjaren:
Een lachend mondje, parel oogjes
En bruine kroezelharen.

De kinderen stonden en staarden ’t aan,
En t’ een zei aan het ander:
Och, waar is dat schone kindje hier,
Wij speelden met malkander!

En de oude in haar leunstoel, met bril en toer,
Keek op bij deze rede;
Wie zou dat schone kindje zijn ?…
Gij speelt er altijd mee!

uit gedichten

nieuwjaarskaartje verstuurd 19xx nodat jk6