Categorie archief: gedichten

Poëzie voor Kinderen Hendrik van Tichelen

KLAAS VAAK.

ELIZA BINGER.

Klaas Vaak loopt met een kaarsje
En met een zak met zand;
Hij gaat op blote voetjes
Zo zachtjes en zo zoetjes
Door heel het land…
Hij kust de kleine kleuters
En houdt de kaars omhoog,
En strooit dan met zijn handje
Zo af en toe een zandje
In ieders oog

Soms komt hij al  om zessen…
Soms om een uur of acht…
En soms komt hij ook even
Om voor of over zeven,
En zegt : << Slaap zacht I>>…
Klaas Vaak, ge zijt een beste
Ge zijt voor ieder kind,
Ge zijt voor iedere peuter,
Voor iedere kleine kleuter
Ben beste vriend8

(Uit : ,.Van Campens Kinderkalender”, 1919.)

PIET DE SMEERPOETS.
Lieve kinderen, ziet eens aan,
Kijk die vuilen Piet daar staan I
Zijn nagels en zijn haar
Heeft hij sinds een jaar
Helemaal niet laten knippen,
Steeds wist hij de schaar te ontglippen I
<< Foei >>, zegt wie hem ziet,
<< ‘k Vind u smerig, Piet I>>

(Uit : ,,Het beroemde prentenboek’.)

nieuwjaarskaart 1915 gpost amag 0221 2

Advertenties

Kinderleven en kindertoneeltjes. Poëzie voor kinderen.

WELKOMSGROET VAN KLAARTJE VOOR HAAR KLEINE ZUSJE.

H. VAN ALPHEN.
Welkom, lieve kleine zus I
Welkom in dit leven !
Baker, mag ik ook een kus
Aan mijn zusje geven?
Slaap gerust, dan word je groot;
Leer toch spoedig lopen;
Als je zit op moeders schoot,
Zal ze speelgoed kopen.
O, Mamaatje is zo goed!
Alles wil ze geven,
Als haar kindertjes maar zoet
En tevreden ]even.

(Uit: ,,Kleine gedichten voor kinderen”.)

IK ZAL U GEVEN ZOVEEL KUSSEN…
G. ANTHEUNIS
Ik zal u geven zoveel kussen,
Als dat er bloempjes op de weide staan;
‘k Zal u met zoveel liedjes sussen,
Als dat er sterretjes aan den hemel gaan.
Do, do, do!
Ik zal u zoveel lachjes schenken,
Als dat er straaltjes in de zon zijn;
Zo dikwijls met mijn melk u drenken,
Als dat er druppeltjes in de bron zijn.
Do, do, do!

(Uit : ,,Leven, lieven en zingen”.)

Nieujaarskaartje verstuurd 1915 frro10 serie 4 3989

Het RUITERTJE. S. MAATHUIS-ILCKEN.

Het RUITERTJE.

S. MAATHUIS-ILCKEN.
Van rijen, van rijen, van rijen –
Zo roept er een kereltje klein,
Een kereltje al in een hansopje,
Dat graag ook eens ruiter wil zijn.
<< Van rijen, van rijen, van rijen,
Van éêne, van tweeë, van drie!
Van rijen. . . >> en wip ! zit het ventje
Op Vader zijn stevige knie.
Van rijen, van rijen, van rijen …
Eerst langzaam, maar dan in galop;
Van hop-hop! van hop-hop! van hop-hop!
Van hop-hop! van hop-hop-hop-hop!
<< Van rijen, van rijen – van rijen !
Van rijen! >> roept Moeder, << naar bed! >>
En ’t ruitertje al in zijn hansopje
Gaat slapen. . . en uit is de pret.

uit Nieuwe vriendjes (poëzie voor kinderen)

nieuwkaarskaartje verstuurd 1915 frro10 dix 1056 4

Kniedeuntje H. G. HEYNEN.

KNIEDEUNTJE.

H. G. HEYNEN.
Zit ik op Vaders knie, knie, knie,
Dan rijd ik wijd, ik : hi, hi, hi!
Van hier wel tot in Rome,
Naar mijn dikke Oome,
Oome Frans en tante Mie,
Tante Mie en nicht Sophie,
Nicht Sophie en Steefje.
Steefje is mijn neefje.
Neefje Steef, daar houd ik van,
Heeft een spierwit bokkespan,
Bokkespan met wagen,
Wagen met een disselboom,
Disselboom met leren toom,
Leren toom met bellen.
‘k Zal ze eens even tellen:
Eén, twee, drie,
Ik rijd op Vaders knie!

Uit: ,,Rijmpjes en lijmpjes”.)
REGEN.

P. LOUWERSE

Het regent, het regent,
Het regent dat het giet;
Maar ‘k heb een grote paraplu;
Ik kruip er onder ; ik word nu
Niet nat ; dat is geen wonder,
De regen valt er boven op:
Klis, kias, klis, kias, trip, trop, drip, drop…
En ik, ik loop er onder.

nieuwjaarskaartje verstuurd 1915 frro10 dales181

Poezië voor kinderen. Hendrik van Tichelen

KLUWETJE…

RIE CRAMER
Kluwetje, kluwetje witte wol,
Winden we, winden we zoetjes ;
Moeder breit er kousjes van
Voor kleine, bloote voetjes:
Eén paar kousjes voor Wiesje,
Eên paar kousjes voor Liesje,
En een paar van roode wol
Voor een kleinen krullebol.

Het Regent

G. CASPARI.

Het regent, het regent
Wij zitten in den drop.
En als ’t genoeg geregend heeft,
Dan houdt het ook weer op.

DE RUITER OP VADERS KNIE.

G. W. LOVENDAAL.
Hurre, hurre, hosse I
Zo rijen de ruiters de rossen;
De rossen rijen al over de brug;
De ruiters huppen omhoog op hun rug;
Recht zitten de ruiters als kaarsen,
Met sporen aan de laarzen,
Met tressen op de kleren,
Den hoed met witte veren,
En achter de mooie ruiters an,

Hupperdehup! rijdt Janneman.

(Ult ,,Kleuterblaadje”, 1912.)

nieuwjaarskaartje verstuurd 1915 frrf10 circe5012

Uit poezie voor kinderen. Hendrik van Tichelen

SLAPE, SLAPE, DOE.

G. ANTHEUNIS,
Uit: ,,Uit het hart”.)

Slape, slape, doe,
Sluit uw oogjes toe.
Luister hoe de regen plast!
’t Hondje van hierover bast,
’t Hondje heeft den man gebeten,
En zijn kleed vaneen gereten
De arme bedelaar loopt zich moe,
Slape, slape, doe…

DAAR WAS EENS EEN KLEIN MANNETJE.

RIE CRAMER. (Uit : ,,Van kleine kleuters”.)
Daar was eens een klein mannetje,
Dat hield zoveel van rijstebrij.
Hij at twee grote borden vol
En toen vroeg hij er nog wat bij.

ZUS LIEP EENS OP BEN BRUGGETJE.

RIE CRAMER, (Uit: ,,Van kleine kleuters”.)
Zus liep eens op een bruggetje;
Dat bruggetje was zoo glad
Toen stak ‘r opeens een muggetje,
Dat op haar neusje zat.

Van schrik viel ze op haar ruggetje;
Haar melk viel in het nat;
Dat alles kwam door ’t muggetje,
Dat op haar neusje zat.

Versjes in den trant der kleuterrijmpjes. G Gezelle

‘T WAS IN DE BLIJDE MEI.

Guido Gezelle

’t Was in de blijde mei,
ei, ei,
’t was in de blijde mei!
. En, komend achter ’t land gegaan,
‘k zag al die blijde blomkens staan 1
’t Was in de blijde mei,
ei, ei,
t was in de blijde mel I
TIMPE, TOMPE, TERELINK

Guido Gezelle

Timpe, tompe, terelink, ( 1)
vliegt van hier naar Derelijk,
vliegt van hier naar Rompelschee,
koper kop en stalen tee ; (2)
wilt hij op zijn been niet staan,
‘k moet er met de zweep op slaan:
Timpe, tompe, terelink!
ZEVENGESTERRE. (3)

Guido Gezelle
Van Gent naar Geeraartsbergen,
daar liggen zeven scherven,
zeven scherven al even blank,
langs den wijden watergang : (4)
niemand die ze geraken kan,
niemand die ze genaken kan, –
raadt, wat zijn me die scherven dan?

(*) Deze eerste vijf versjes behoren tot Gezelle’s ,,Driemaal XXXIII
Kleengedichtjes’ ‘.
(1) Kadans van den draaitol.
(2) Tee of teen, d.i. de voet of pin van den tol.
(3) Groote Beer.
(4) Watergang of waterachtige hemelbaan.

nieuwjaarskaartje verstuurd 1915