Auteursarchief: jmaadewilde

Raadselrijmpjes uit Poëzie voor Kinderen

 

Raadselrijmpjes
A.
Groen zijn de muren,
Wit zijn de geburen,
Zwart zijn de papen,
Die in de kapellekens slapen
B.
Holder-de-bolder
Liep over den zolder
Met een stuk spek
In zijnen bek.
C.
Daar ging een manneken langs den kant
Met een kanneke in zijn hand;
Hij kon er niet uit drinken,
Of hij moest er een gaatje in klinken.
D.
Huimeke, Duimeke zat op den wagen,
Huimeke, Duimeke viel van den wagen;
Daar is geen enkle timmerman,
Die Huimeke, Duimeke maken kan.
E.
Als ik was jong en schoon,
Droeg ik een blauwe kroon;
Als ik was oud en stijf,
Sloegen ze mij op het lijf;
En als ik was genoeg geslagen,
Werd ik van koning en prinsen gedragen.

nieuwjaarskaartje verstuurd 1914 frgr5 711 4 pra

Advertenties

Speelrijmpjes en Hikrijmpje uit poëzie voor kinderen

Speelrijmpjes.
A.
De boeren gingen patatten planten,
Al de kinderen plantten mee:
Roef-kadee!
B.
Huimeke, Duimeke, hoge toren,
Al die lacht, die is verloren
Al die handen of tanden laat zien,
Krijgt tien stompen en enen dikke neep.
C.
Tinge-linge-ling,
Waar is mijn vrouwken?
Tinge-linge-ling,
Ze zit in ’t schouwken.
Tinge-linge-ling.
Wat doet ze daar?
Tinge-linge-ling,
Ze kamt haar haar.

Hikrijmpje.
Ik, sprik, sprij,
Geef den hik aan mij,
Geef den hik aan die(ë)n man,
Die hem beter verdragen kan.

 

Aftelrijmpje. Nabootsrijmpje. Poezie voor kinderen.

Aftelrijmpje.
a.
Holleke-bolleke,
Rubezolleke,
Holleke-bolleke,
Knol!
b.
Een, twee, drij, vier, vijf, zes,
Olie in de fles,
Olie in de kan,
Af is Jan!
C.
De eerste er af is er aan,
Dat is het gauwste gedaan.
A, b, af!
Nabootsrijmpje.
a.
Koekeloere-haan,
’t Is tijd om op te staan!
b.
Kwitwidit, kwitwidit,
Kwakkel, die in ’t koren zit!
C.
Karrekiet, kiet, kiet,
‘k Zit in ’t net, riet, riet,
En ge vindt me niet!

Nieuwjaarskaartje 1913 frrd10 nb 151

Vingerrijmpjes uit poëzie voor kinderen

Vingerrijmpjes
a.
Op mijn hoed staat een kokarde
En daarbij een witte pluim:
Pluim, pluim, pluim.
Dit is mijn vinger
En dat is mijn duim!
b.

Op mijn tafel staat een pot met inkt:
Ink, ink, ink,
Dit is mijn vinger,
En dat is mijn pink.
C.
Duimeling heeft een koe gekocht,
Spitseling heeft ze thuisgebrocht.
Langelijn heeft ze doodgedaan,
Kortekozijn heeft de penskens gemaakt
En klein Potieterken heeft ze opgegeten.
d.
Naar bed, naar bed, zei Duimelot;
Eerst nog wat eten, zei Likkepot;
Waar zal ik het halen ? zei Langelot;
Uit moeders kastje, zei Ringeling;
Dat zal ik verklappen, zei ’t kleine Ding.

nieuwjaarskaarje verstuurd rond 1913 frgr5 yolande 18

Wiegerijmpjes. uit Poëzie voor kindjes

 

Wiegerijmpjes.
a.
Doe, doe, kindeke,
Het papke staat in ’t spindeke,
En als ons kindje niet zal zwijgen,
Dan zal het geen papke krijgen.

b
Slaap, kindje, slaap,
Ginder achter woont een schaap
Het heeft vier witte voetjes
En het drinkt zijn melkske zoetjes,
Het heeft zo’n witte wolle, wolle, wol…
En het drinkt zijn buikske vol.

nieuwjaarskaartje verstuurd 1913

Geboorterijmpje. uit poëzie voor kinderen 1931 Hendrik van Tichelen

NEDERLANDSE KLEUTERRIJMPJES
Geboorterijmpje.
Als ’t kindeken op de wereld kwam,
Al uit zijn donker hoekske,
Dan schonken de boerkens wijnkandeel
En wonden ’t in een doekske.
En zijn papaatje was zeer verblijd,
Omdat het was een jonge meid
Maar was het geweest een jongen
Dan was hij wel opgesprongen

Start met een nieuwe serie gedichten uit het boek van Hendrik van Tichelen

Bloemlezing  voor de kindertuin en de vier graden der lagere school (en u zal veel gedichtjes tegen komen uit uw kindertijd)

TER INLEIDING
(bij den eersten druk)
Hoezeer de uitdrukking misbruikt geworden is, we
menen dat deze Bloemlezing in een behoefte voorziet
.
Vlaanderen heeft inderdaad, na de verzamelingen
van Jan Adriaensen en van Jos. Inslegers, die voor
meer dan dertig jaar verschenen, geen noemenswaardige
keus van poëzie voor kinderen meer in het licht
gezonden, – al mocht dat wel gebeurd zijn, en om de
opvattingen die zich wijzigden betrekkelijk doel en
waarde van zulke poëzie, en om een aantal verzen,
waaronder vele kinderlijke en bijzonder mooie, die nooit
hun plaats in dergelijke bloemlezing gevonden hebben.
Wel bracht Nederland ons sedertdien verzamelingen
als die van Mevr. Boldingh-Goemans. van Mej.
Dr. Aleida Nijiand. van T. Van den Blink en J.
Eigenhuis, die aan jonger en meer esthetische eisen
voldoen ; maar in menig stukje gaan ze boven de bevatting
van de kinderen, voor wie ze naar den ouderdom
heten bestemd te zijn, of is de geest, de woordkeus
een ietwat andere dan de onze.  enz

DE VLUCHT (uit Belgie) Salomon Bonne (uit zangen van hoop)

DE VLUCHT (uit Belgie)

Salomon Bonne (uit zangen van hoop)
De kloeven en wagens die klekken op stenen,
het volk dromt weg! het volk vliedt henen,
de vijand komt! hij komt! hij komt!
do lucht is vol smook en zijn donder bromt.
Zij die de jaren in sneeuwwit dragen,
zij verkromd en ontziend in hun ziekten en plagen,
kleine kleuters als reetjes, en kindjes fijn,
die als aangesmeed om de moeder zijn.
De kloeven en wagens die klekken maar aan
en scharen aanzeulen en scharen gaan. –
Wat hun woonstee en hunne nering was,
het wordt neergeschoten en vermorzeld als glas.
Hun landen, zo rijk door hun handen gemaakt,
de bloem en bet moes en de vrucht is geraakt:
als ’n vuil gewas liggen or geschoten
de krijgers en paarden op veld en in sloten.
Do smook is om hen als ’n dodenwa,
het vuur loeit in gloeien hen achterna,
Het weerkaatst met laaien in hun doodsbange ogen;
het pak weegt zo zwaar en het wee drukt als togen.
Zij dienden den grond, en zij dienden hun heer
zij wonnen ’n bete ’n stee, en niet meer;
nu komt bet kanon en het jaagt hen voort
wijl hun dak wegbrandt en hun veldje versmoort.
En de eeuwige hemel die buigt zoo wijd
en gloeit roder rood! ergens verder leit
’n vlek, ’n dorp en daar is nog vrede,
’n plek gronds om te rusten en ’n huis tot bede.

kaartje verstuurd rond 1913 frgr5 01839kf