Auteursarchief: jmaadewilde

WIPWAP! G. W. LOVENDAAL.

WIPWAP!

G. W. LOVENDAAL.

Vier dikke dreutels,
Allen even rap,
Speelden met een ragebol,
Wap! wip! wap!
Huup! dat vloog naar boven,
Hoep! dat gierde neer
En een viel van de wipwap af
En deed zijn broekje zeer.

Drie dikke dreutels,
Allen even rap,
Speelden met een ragebol,
Wap! wip! wap!
Huup! dat vloog naar boven,
Hoep! te hoog deze keer…
En twee viel van de wipwap af
En deed zijn broekje zeer.

Twee dikke dreutels,
Beiden even rap,
Speelden met een ragebol,
Wap! wip! wap!
Huup! dat vloog naar boven.
Hoep! de stijl die brak…
Daar lei de hele kompagnie
En wreef zich ’t achtervlak.

(Uit: Kleuterblaadje 1913

19xx gpost niet verstuurd en nederlandse groeten

Advertenties

SUZAN EN IK. H. VAN TICHELEN.

SUZAN EN IK.

H. VAN TICHELEN.

Suzan is mijn zuster
En ik ben haar broer;
Zij noemt zich een juffer
En mij… maar een boer.

Haar kleed hangt in plooitjes,
Haar hoed is een blom;
Mijn pet heeft geen klep meer,
Mijn jas die zit krom.

Zij haakt aan een kantje,
Zij neust in een boek;
Ik wroet mij, ravottend,
Een vaantje uit de broek.

Soms komt een vriendinnetje,
Och, stoor hen dan niet!
‘k Vlieg liever de straat op
Bij Pauw en bij Piet!.

Dat leeft nog, zo’n kerels;
Dat giert nog en fluit !…
Suzan slaat het raam dicht,
Zij houdt dat niet uit!

Suzan is wat bleekjes,
Maar kijk eens haar broer;
Och, laat ze dan juf zijn,…
Vivat voor den boer!

Uit: Van een kleine wereld

nieuwjaarskaartje verstuurd 19xx geen pastzegel

HENRIETTE. Laurens van der Waals

HENRIETTE.

Laurens van der Waals

Henriëtte rietje stapt kordaat
voor haar leeftijd en gestalte
door de overvolle straat,
en ’t trippelt waar ze gaat,
tot ze stil te wachten staat
bij ’n halte.

Ze vibreert van ongeduld,
’t is een schande, en de schuld
van de tram, dat zij moet wachten,
en ze maakt zich bijster boos,
nu ze merkt, dat al een poos
iemand om haar lachte.

Na een kort en kloek beraad
gaat ze voort – kloek van gestalte –
door de overvolle straat,
en ’t trippelt waar ze gaat,
tot ze weer te wachten staat
bij een halte.

Nieuwjaarskaartje verstuur 19xx gpost koets sp

GEBUREN. JAN ADRIAENSEN.

GEBUREN.

JAN ADRIAENSEN.

In het huis ter rechterhand,
Lief bestrooid met glinsterend zand,
Met die helderreine ruiten
Waar een vinkje hangt te fluiten,
Waar een knaapje speelt en springt,
Waar de moeder zorgt en zingt;
In dat huisje heet de man: Vlugge Jan.

In het huis ter linkerhand,
Met den naakten kamerwand,
Met die grauw vergronde stenen;
Waar een kindje zit te wenen,
Waar een moeder klaagt en kucht,
Waar de vader zaagt en zucht;
Nu daar woont, ge raadt het niet? Luie Piet.

nieuwjaarskaartje zonder postzegel en datum j&c 108

AVONDLICHTJE VIRGINIE LOVELING

AVONDLICHTJE.

VIRGINIE LOVELING

Een kamer warm en stille:
Het lampje op den dis
Brandt helder, wijl het buiten
Zo koud en duister is.

Zij speelde met het kindje
En zette ’t in een hoek,
En trok het bij zijn handje:
Hij cijferde in een boek.

Het waggelde op zijn voetjes,
Zij schoof zich achteruit:
O, ’t loopt geheel alleen!
Riep zij zo blij en luid.

Hij wierp zijn boek op tafel,
Hij hief het van den grond,
En stak het in de hoogte
En kuste ’t op den mond.

O wandelaar, late wandelaar,
Die door het donker dwaalt,
Denkt gij, dat ginds het lichtje
Zoveel geluk bestraalt ?…

(Uit: ,,Gedichten”.)

nieuwjaarskaartje verstuurd 19xx gpost gl 6466 3

DIE ZONNESTRAAL! S. FRANKE.

DIE ZONNESTRAAL!

S. FRANKE.

Er kwam in de wolkengordijnen een scheur.
De zon die het zag kwam er dadelijk veur.

En één van haar stralen, ondeugende guit,
schoot, pts, als de weerlicht, het zonnetje uit.

Ze vloog door het luchtruim en zat éên, twee, drie,
Hoe kon het zo gauw toch, op schoot bij Marie.

Vandaar sprong ze over, naar ’n oud schilderij,
En toen naar het klokje; wat tikte dat blij!

En de ernstige kachel, zo zwart als een moor,
Daar danste die zonnestraal een kruispolka voor.

De ruggen der stoelen die glommen van pret;
Er speelde een lichtje op het rode karpet.

Twee vaasjes, een beeldje, ’t behangselpapier
Die glansden en bloosden van louter plezier.

De zingende theepot, op ’t stenen komfoor,
Had dansende lichtjes op tuit en op oor.

En alles in ’t kamertje schaterde luid…
De zonnestraal schrok… en het grapje was uit.

Uit: Gouden vlinders

nieuwjaarskaartje Nederlands geen postzegel

KOUSVOETELING, G. ANTHEUNIS.

KOUSVOETELING,

G. ANTHEUNIS.

Kousvoeteling liep een jongetje fijn;
Dat deed hij zo gaarne, al mocht het niet zijn.
De moeder riep: Kom naar mij toe,
Dat ik uw blinkende schoentjes aandoe.
Kousvoeteling gaan
Staat kinderkens aan,
Maar… stoppen en breien komt achteraan.

Kousvoeteling liep het snaakje maar voort,
Als had het moeders bevel niet gehoord.
De moeder riep: Gij kleine guit,
‘k Werp straks uw schoentjes te vensteren uit.
Kousvoeteling gaan
Staat kinderkens aan,
Maar… stoppen en breien komt achteraan.

Kousvoeteling liep nog rapper, het kind,
En ’t zwaaide en het draaide zo vlug als de wind.
De moeder riep: Ik krijg u wel
Al springt ge zo schuw, en al loopt ge zoo snel!
Kousvoeteling gaan
Staat kinderkens aan,
Maar… stoppen en breien komt achteraan.

Kousvoeteling kwam het nu met gevlei,
Nam moeder in de armpjes allebei.
De moeder loeg : Gij engel-lief,
Gij snaakje, gij guitje, gij hartekensdief ! >>
Kousvoeteling gaan
Staat kindertjes aan,
Nu,… stoppen en breien is gauw gedaan!

(Uit: Uit het hart)

Nieuwjaarskaartje 19xx gpost bif652

KOUSVOETELING
Woordsoort: znw.(m.)
Modern lemma: kousvoeteling
znw. m., mv. -en. Uit Kous (I) en Voeteling.
↪Voet van een kous, en, in de verbinding op kousvoetelingen, ook: kousevoet. In N.-Nederl. verouderd.
↪Afl. Kousvoeteling(en), kousvoetelings, op kousevoeten; ook fig. voor: ongemerkt. In Z.-Nederl. nog bekend.
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1941.

[p. 131]
Kousvoeteling Lied.
Kousvoeteling maeckt so soeten gang.
(Oud lied van Adolijn.)
Willems. CXVIII.

http://gtb.ivdnt.org/iWDB/search?wdb=WNT&actie=article&uitvoer=HTML&id=M035199
https://www.dbnl.org/tekst/anth001uith01_01/anth001uith01_01_0046.php