DRIELUIK, Maurice Steenhout.

DRIELUIK,
van Maurice Steenhout.

I. — De Doolaars
Wie morrens-moe hun sloven staken
en bedelen om hun. bete brood
en toch in hunne zielen slaken
een kreet van passie groot;

Wie eenzaam, levens-dorstig, branden
van brandewijn in lage kroeg,
en drinkend, breken heilige banden,
en hebben nooit genoeg;

Wie door de dagen ’t leven sleuren,
in stegen vuil en vaal van licht,
en kloppend staan aan alle deuren,
wijl elke deur blijft dicht ;

Wie door den wijden avond waden,
door walmen zomer-teer aroom,
in hun groot-open ogen raden
een verren, verren droom

Wier krachten sluimeren in hun zielen,
stil doodgaan, dor en ongevoed,
wier levensliefden nedervielen,
In giftigen wereldvloed;

zij zijn ’t die zuchten en die zoeken
naar ’t woord van licht en liefde, zie !
Zij dragen op hun schouders als vloeken,
een donkere profetie.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s