Bij ’t Kwijnend Jaar Gedicht van Juul Bovée

Bij ’t Kwijnend Jaar
Gedicht van Juul Bovée

Laat alles nu stil-luistrend zijn
in d’ eenzaam rode zonneschijn
van ’t kwijnend jaar.
Ik wil mijn woord tot gouden
beker smeden, waar
ik in bied, ten goden-dronk,
den zoeten ouden
wijn, die mij de wingerd van mijn liefde schonk

Zooals een priester draagt in glans
de rijk-besteende roos
van gouden remonstrans,
en weet dat ffiar verkoos
zijn groote God te wonen,
zoo draag ik in mijn hart
een diamanten schrijn,
uw beeld ten woning,
symbool van hooge liefde.

Wel heb ik soms gemeend te tronen
als een rijke koning,
die niets meer griefde
dan die éene smart
van geen god te zijn.
Ik voel om slapen-koel een krone branden,
een purper mantel langs mijn leden glijdt :
het is het dragen veilig
van uw liefde-beeld
door donkere levens-landen,

dat mij heilig
en tot koning heeft gewijd.
Ik ben nu weer geheeld
van dat éen verdriet,
en ‘k buig als ’t broze riet
mijn hoofd voor d’ eengen God.
O waar’ het eens geen schijn
dat ik tot
dichter-koning
gezegend en gezalfd mocht zijn,
‘k zou wezen dan maar eerst
de waardige woning,
waar uw beeld als zonlicht heerst.

Kaartje verstuurd 1923

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s