De Paardjesmolen Lambrecht Lambrechts

De Paardjesmolen
Lambrecht Lambrechts
En ’t moleken stond er zo leutig te draaien.
Wat zaten de knapen er luide te kraaien!…
Een jongetje bleef naar een rondeken snakken.
Maar woelde vergeefs met zijn hand in de zakken.

Zijn vadertje lag op den heuvel begraven ;
Nauw kon hem zijn moedertje voeden en laven ;
Geen hoop kwam het gretige kereltje paaien
En’t moleken stond er zo leutig te draaien.

Daar wenkte zijn peetje een rimpelig ventje.
Derop klonk het woord en hij gaf hem een centje.
Hoe lekkertjes gingen de paarden aan ’t draaien!
Hoe fie zat het knaapje met de armen te zwaaien.

postkaart 1921

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s