UIT DAGEN VAN SCHOONHEID EN VREDE Richard De Cneudt

UIT DAGEN VAN SCHOONHEID EN VREDE
Richard De Cneudt

VII
O dat mijn min gezegend zij,
waar ik mijn ziel naar kere ;
wat leeft het lied nu licht in mij,
vol rhytmen, blijde en tere…

’t Ontluikt zo fris en schoon en ’t dringt
door de ijzige korst mijns herten.
naar ’t licht, dat in. den morgen zingt,
en vloeit naar alle verten…

’t Omruist mij, als in den lentedag„
gewiek van duizend vlinderen.
een vreugd, als zuivere meisjeslach
en spel van blijde kinderen…

Het drenkt mijn ogen, ’t vult mijn hert,
en vleit mijn luistrende oren,
en waar ‘k met lichte schreden terd,
wordt me een nieuw lied geboren,

en ‘k strek mijn handen, ‘k reik mijn ziel.
beur ’t hoofd naar al dien zegen,
ik zing, ik zing, en dwepend, kniel
in ’t laaiend licht der wegen ..

Postkaart verstuurd 1920

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s