ALLEEN WILLEM GIJSSELS.

ALLEEN

WILLEM GIJSSELS.

In doffen schemer is de dag verscheiden.
Traag wikkelt de avond in een vlottend dons
De dromende aarde. Naar de verre weiden
Een vrouwken blikt en zegt een vaderons.

Langs tere zoenen van den avondzegen
Glijdt weemoed neer in ’t oude moederhert,
Dat zacht gedragen door de levenswegen
Het verst verleden langzaam naderterdt.

Daar voelt ze ’t klamme zweet weer, mild bevruchtend
Op ’t zwoegend lichaam en ze ziet den oogst
Want hobben tobben was ’t van in den uchtend
Tot ’s avonds laat, voor ’t welbeminde kroost.

Toen viel er niet te denken aan verpozen,
Zoonauw kreeg zij haar dagtaak afgedaan.
Ze ziet haar kindren van gezondheid blozen.
Dan. opgegroeid, ter grote stede gaan ..

Met de ijlte van den avond om zich henen.
Denkt ’t vrouwken na: « er kwam geen. einden aan
En ’t vindt nu tijd te veel om stil te wenen…

postkaart verstuurd 1913

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s