BROEDER KOK Herman Broeckaert

BROEDER KOK
Herman Broeckaert

Als broeder kok gewekkerd wordt,
Dan schjint de nacht hem veel te ‘kort,
De dag te vroeg gekomen;
Hij rekt zich uit, hij geeuwt, hij gaapt,
Hij draait zich eens., en weerom slaapt
Bij zoete zonnedromem
Broeder kok, broeder Jan,
Broeder kok geniet ervan.
Maar. . . ondankbaar is hij nooit
Omnia pro Domine!
Wanneer hij in de keuken staat,
Alwaar ’t muziek van ketels gaat
Van potten en van pannen
Dan pitst hij hier, en peuzelt daar,
En laat zijn buikske tonnezwaar
Van  peuzilingjes spannen
Broeder kok, broeder Jan,
Broeder kok geniet ervan.
Maar. . . ondankbaar is hij nooit
Omnia pro Domine!

Wanneer hij naar den kelder moet.
Dan doet hij zich eens geren goed.
En laat het bierke lopen ;
Hij drinkt een stoopke, drinkt er drij,
Hij drinkt er nog een vierde bij,
« Dan gaat zijn hertjen open !
Broeder kok, broeder Jan,
Broeder kok geniet ervan.
Maar. . . ondankbaar is hij nooit
Omnia pro Domine!
Hij wil na ’t leven ’s hemels kroon,
En broeder kok is ’t nu gewoon
Dat strenge kloosterleven!
Ook bidt hij vurig keer op keer :
Behoud me lang als kok, o Heer,
ik wil mijn hert U geven!
Broeder kok, broeder Jan,
Broeder kok geniet ervan.
Maar. . . ondankbaar is hij nooit
Omnia pro Domine!

Nieuwjaarskaartje verstuurd 1913

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s