Uitgelicht bericht

VAN ‘T PUIDEKE Herman Broeckaert

VAN ‘T PUIDEKE
Herman Broeckaert
1879-1930

Een puideke zat te loeren
in ’t diepste van de beek;
‘ten dierf geen lid verroeren;
hoe bang het beestje keek!
De reiger die blikte de dieperik in
en had er in ’t puideke zin:
ei puidje, kom uit, ei puidje, kom uit!
“Ge zoudt me geren pakken,
ei, kwakke,”
zei de puid.

Waarom zoude ik u pakken?
zo sprak de pakkeman;
ik pak maar stoute slakken,
die niemand geren kan;
en ‘k hoor ik zo geren uw stemmeke fijn,
ei laat er ons vriendekes zijn!,
En ’t puidje kwam uit, en ’t puidje kwam uit,
en… pakke, zei de reiger,
en… kwakke,

EEN KOE ZAT IN EEN SPREEUWENEST

EEN KOE ZAT IN EEN SPREEUWENEST


Een koe zat in een spreeuwenest
Met zeven jonge honden
Ze hadden samen dolle pret
En zongen, wat ze konden.
De ezel trok pantoffels aan
Is over ’t huis gevlogen
En als dit niet de waarheid is
Dan is het vast gelogen!


‘Versjes ran Overgrootje – M. Hesper-Sin:, Cantecleer, Utrecht.
1924 sr5245Nieuwjaarskaartje verstuurdImage19

STAFRIJMEN uit poëzie voor kinderen

HANSJE PEK


Hansje Pek
Die zat op ’t hek;
Toen kwam zijn grootje,
Die gaf hem een broodje;
Toen kwam zijn zusje,
Die gaf hem een kusje;
Toen kwam een kindje,
Dat gaf hem een lintje,
Toen kwam Dikke Door,
Die gaf hem een klap om zijn oor.


DAAR KOM IK AAN
Hinkeldepinkel, daar kom ik aan
Kousen en schoenen, die heb ik niet aan;
Met de handen op de rug,
Hinkeldepinkel, daar kom ik terug.

1920dix21552Nieuwjaarskaartje is verstuurdImage53

STAFRIJMEN uit poëzie voor kinderen

JAN KIEKEL EN JAN KAKEL

Jan Kiekel en Jan Kakel
Die gingen samen uit;
Jan Kiekel viel in ’t water,
Jan Kakel haalde ‘m eruit.
Toen kwam Jan Smal,
Die lei hem op de wal.
Toen kwam Jan Praat,
Die lei hem op de straat.
Toen kwam Jan Hempel,
Die lei hem op de drempel.
Toen kwam Jan de Boer
Die lei hem op de vloer.
Eindelijk komt Jan Vet,
Die lei hem in zijn bed.

1920depot des equipages de la flottelux153Nieuwjaarskaartje is verstuurdImage12

STAFRIJMEN Poëzie voor kinderen


STAFRIJMEN

Dikke Dirk
deed de dunne
duvel dansen
door dik en dun;

door distels en dorens
deed dikke Dirk
de dunne duvel dansen.


Mulder,
maal mijn meel,
mijn moeder moet morgen
melk en meel mengen,
met melk
mengt mijn moeder
morgen meel.


Wie wil weven?
Willem Wouters wil weven.
Wat wil Willem Wouters weven?
Willem Wouters wil wol weven.
Welke wol wil Willem Wouters weven?
Willem Wouters wil witte wol weven.
Welke witte wol wil Willem Wouters weven?
Willem Wouters wil warme witte wol weven.


Ik en snik
gingen over de zee.
Ik kwam weer
maar snik niet meer.

1920 Nieuwjaarskaartje Heureuse Annee eko 237 nopost

stafrijm
zie: alliteratie: ook: beginrijm. Rijm waarbij de klankovereenkomst aan het begin van de woorden zit:
En kranten waaien weg en zijn verouderd,
de dagen korten, nachten worden kouder,
maar over ’t water komt zijn kleine stem.
(Ed. Hoornik)

snap er weer niks van

KWELSPREUKEN (Uit te spreken in één adem)

KWELSPREUKEN
(Uit te spreken in één adem)

De smid, hitter de fit,
had een kat, hatter de fat,
en die kat, hatter de fat,
haar poot, hoter de foot,
was uit ’t lid, hitter de fit,
nu moest de smid, hitter de fit,
de kat, hatter de fat,
haar poot, boter de foot,
weer zetten in ’t lid, hitter de fit.


Wie begrijpt: (ik niet dus)
Sponevaofatze,
dolfadamofatie?

1920 Nieuwjaarskaartje Bonne Annee nopost pr 3389


Kettingrijmen uit poëzie voor kinderen

Karne, karne boter,
de hond die wast de schotels,
kattepoes likt de borden af,
’t zwaluwpje giet de asbak uit
achter in de lochting,
waar de vogeltjes vochten.

Ze vochten dat de pluimpjes stoven,
altijd was de koekoek boven
de koekoek en ’t leeuwerkje
die bouwden samen een kerkje
te midden van de zee;
toen kwam een dove kwakkel,
hij nam een rotte appel
en smeet bet kerkje in twee.
En ze bouwden van zijn leven geen kerkje meer.

1920 lux157 Nieuwjaarskaartje is verstuurdImage50

Kettingrijmen uit poëzie voor kinderen

De boom die stond in ’t aardrijk
en bloeide zo schoon.
En aan die boom daar kwam een tak
O, zo’n overschone talc!
En aan die tak daar kwam een twijg,
O zo’n overschone twijg!
En aan die twijg, daar kwam een knop
O zo’ n overschone knop
En van die knop daar kwam een blad
O zo’n overschone blad.
En van dat blad daar kwam een nest
O zo’n overschone nest.
En in dat nest daar kwam en ei
O zo’n overschone ei.
En van dat ei daar kwam een jong
O zo’n overschone jong.
En van dat jong daar kwam een oud
O zo’n overschone oud.
En van dat oud daar kwam een veer,
O zo’n overschone veer!
En van die veer daar kwam een bed,
o zo’n overschone bed!
En op dat bed daar kwam een vrouw,
O zo’n overschone vrouw!
En van die vrouw daar kwam een kind,
O zo’n overschone kind!
En van dat kind kwam een student
O zo’n overschoon student!
En daarmee is het lied ten end,
O zo ‘ n overschone end!…
en het end van het lied en het lied van de boom,
en de boom die stond in ’t aardrijk
en bloeide zo schoon

1919zelfNieuwjaarskaartje is verstuurdImage9