Uitgelicht bericht

VAN ‘T PUIDEKE Herman Broeckaert

VAN ‘T PUIDEKE
Herman Broeckaert
1879-1930

Een puideke zat te loeren
in ’t diepste van de beek;
‘ten dierf geen lid verroeren;
hoe bang het beestje keek!
De reiger die blikte de dieperik in
en had er in ’t puideke zin:
ei puidje, kom uit, ei puidje, kom uit!
“Ge zoudt me geren pakken,
ei, kwakke,”
zei de puid.

Waarom zoude ik u pakken?
zo sprak de pakkeman;
ik pak maar stoute slakken,
die niemand geren kan;
en ‘k hoor ik zo geren uw stemmeke fijn,
ei laat er ons vriendekes zijn!,
En ’t puidje kwam uit, en ’t puidje kwam uit,
en… pakke, zei de reiger,
en… kwakke,

Drie koningen . Rijmen om te krijgen

Jezus was een boertje,
hij trok al aan dat snoertje,
Sint Jozef werd benauwd
en riep: Wie is er daar?
Ik ben dikke Djanne met zijn kruk,
geef dat kindje een goed stuk.


Drie koningen met een ster
komen gereisd al van zo ver,
over berg en over dal
om te zoeken in een stal,
om te zoeken de god van al.

Zij kwamen van Oosten, zij kwamen van verre,
nu wiegen, nu wiegen, nu wiegen wij –
al door de klaarte van een sterre,
des warenzij vro.

Maar toen ze binnen Jeruzalem kwamen,
nu wiegen, nu wiegen, nu wiegen wij –
de klaarte der sterre zij niet vernamen,
des waren zij vro.

Toen zij over tafel waren gezeten,
nu wiegen, nu  wiegen, nu wiegen wij –
toen kwam gods engel in secreten,
des waren zij vro.

Gij, heren, gij moogt niet langer beiden,
nu wiegen, nu wiegen, nu wiegen wij –
Herodes die doet zijn paard bereiden,
des waren zij droef.

Wel op, gij heren, laat staan uw eten,
nu wiegen, nu wiegen, nu wiegen wij –
Herodes is op zijn paard gezeten,
des waren zij droef.

Toen ze buiten jeruzalem kwamen,
nu wiegen, nu wiegen, nu wiegen wij –
de klaarte der sterre zij weer vernamen.
blij waren zij toen.

Ze volgden de sterre in korte stonden,
nu wiegen, nu wiegen, nu wiegen wij –
tot Betlehem, waar zij bet kindje vonden,
blij waren ze toen.

Nieuwjaarskaartje verstuurd rond 1924 semeuse20bruinayoe

Driekoningen Rijmen om te krijgen

Op een driekoningen-avond,
op een driekoningen-dag,
vonden we Maria-Magdalena
al op Heer Jezus’ graf.
– Zijt gij Maria-Magdalena,
sta op uit uw bittere nood,
uw zondekes zijn vergeven,
al waren ze nog zo groot.
Naar de kerk zullen wij treden,
naar de kerk zullen wij gaan.
Toen we in de kerke kwamen,
wat vonden we daar al staan?
Daar vonden we jezus, ja Jezus,
aan ’t kruiske genageld staan,
zijn voetjes waren gebonden,
zijn handekes waren ontdaan.
Ze trokken Heer Jezus de nagel,
en ze schonken Maria de wijn,
ze speelden op de vier orgeltjes:
“Glorie moet Jezuske zijn!”

Nieuwjaarskaartje verstuurd rond 1924 gpost pc paris 453

Driekoningen Rijmen om te krijgen

Wij zijn drie koningen uit het Oosten,
wij komen zingen voor de deur,
het is om Herodes te troosten
en wij krijgen er nikske veur.


Sinte Pieter trekt aan ’t zeel,
wij komen om ons godsdeel
ter ere van Dertienavond.
Laat ons niet te lange staan,
we moeten van deure tot deure gaan.

Drie koningen, drie koningen,
geeft mij een nieuwe hoed,
de oude is versleten,
moeder mag het niet weten,
drie koningen, drie koningen,
help ons toch uit de nood.

Neuwjaarskaartje verstuurd 1924 cb 671 postzegel 10ct frans

Driekoningen Poëzie voor kinderen

Hier treden wij, Here, met onze sterre,
we zoeken Heer Jezus, we hadden hem geerne.
We klopten al aan Herodes’ deur,
Herodes, de koning, kwam zelve veur.
Hij sprak met een alzo vals hart:
– Hoe ziet de jongste van de drie zo zwart?
– Al is hij zo zwart, hij is wel bekend,
hij is de koning van Orient.
We kwamen de bergen opgegaan
en zagen de sterre daar stille staan.
0, sterre, gij moet er zo stille niet staan,
gij moet met ons naar Betlehem gaan,
te Betlehem, de schone stad,
waar Maria met haar kindeke zat.
Ze gaven dat kindeke menigvoud
wierook en mirre en rood fijn goud.

nieuwjaarskaartje verstuurd 1924  fr semeuze 10 centek 983

Driekoningen Poëzie voor kinderen

Op een driekoningenavond,
op een driekoningen-nacht,
dan sliep ik bij mijn vader.

Mijn vader wou het niet hebben,
dan sliep ik in de kribbe,
de kribbe was te maken,

dan sliep ik in het laken,
het laken was te nat,
dan sliep ik in de plas,

de plas was veel te diep,
dan sliep ik in het net,
het net was te rot,

dan sliep ik in de hond zijn kot.
De bond begon te grollen,
ik trok hem bij zijn krollen,

ik trok al zijn krollen uit
en daarmee is mijn lied juist uit.

Nieuwjaarskaartjeverstuurd 1923 semeuze 2 maal5 oranje nox 566

KONINKVENTJES René de Clercq

KONINKVENTJES
René de Clercq
1877-1932

Open uw deur met een gerreke;
’t Sneeuwt en waait.
Kijk maar eens op naar ons sterreke,
Hoe het draait!
Laat het maar sneeuwen en vriezen dat ‘ t kraakt:
’t Kindeke sluimert en moederke waakt.


’t Ligt in zijn stenen krebbeke,
Zo gerust.
Moeder heeft ’t oog van haar kebbeke
Toegekust.
Laat het maar sneeuwen en vriezen dat ’t kraakt:
’t Kindeke sluimert en moederke waakt.


Haal van uw bed voor uw broederke,
Dekens warm.
Geef er uw wij n voor zijn moederke:
Ze is zo arm.
Laat het maar sneeuwen en vriezen dat ’t kraakt:
’t Kindeke sluimert en moederke waakt.


Vindt ons geladen kemelke,
Betlehem.
Jezus zet ons in ’t hemelke,
Neffens hem.
Laat bet maar sneeuwen en vriezen dat ’t kraakt
’t Kindeke sluimert en moederke waakt.


gerreke: kier
krebbeke: krib
kebbeke: lieveling
Liederen voor t Volk’ – V. Delille, Maldegem, 19O3

WIJ KOMEN VAN ‘T OOST Rijmen om te krijgen

WIJ KOMEN VAN ‘T OOST

Wij komen van ‘ t Oost, en wij komen van ver;
wij zijn de drie koningen met de ster.

‘Gij, ster, gij moogt er zo stil niet staan;
gij moet met ons naar Bethlehem gaan.

Naar Bethlehem, de schone stad,
waar Maria met haar klein kindje zat.

Hoe kleiner kindje, hoe meer eer:
’t is uit liefde voor Jezus, Onze Heer.

Zij offeren daar zo menigvoud
aan het kindje mirre, wierook en goud.

Dat kindje heeft er zo lang geleefd,
dat ’t hemel en aarde geschapen heeft.

Hemel en aarde en altegaar.
Ik wens u een zalig nieuwjaar.

Wet oude Nederlandse Lied,
F. van  Duyse – M. Nijhoff, ‘ s Gravenhage,
Dc Nederlandse Boekhandel,  Antwerpen 1903.

Nieuwjaarskaartje verstuurd rond 1923