Uitgelicht bericht

VAN ‘T PUIDEKE Herman Broeckaert

VAN ‘T PUIDEKE
Herman Broeckaert
1879-1930

Een puideke zat te loeren
in ’t diepste van de beek;
‘ten dierf geen lid verroeren;
hoe bang het beestje keek!
De reiger die blikte de dieperik in
en had er in ’t puideke zin:
ei puidje, kom uit, ei puidje, kom uit!
“Ge zoudt me geren pakken,
ei, kwakke,”
zei de puid.

Waarom zoude ik u pakken?
zo sprak de pakkeman;
ik pak maar stoute slakken,
die niemand geren kan;
en ‘k hoor ik zo geren uw stemmeke fijn,
ei laat er ons vriendekes zijn!,
En ’t puidje kwam uit, en ’t puidje kwam uit,
en… pakke, zei de reiger,
en… kwakke,

BAKERRIJMEN EN KINDERLIEDJES Nellie van Kol

BAKERRIJMEN EN KINDERLIEDJES Nellie van Kol

vervolg

‘Heb je ooit!’ roept Tante Bet
Woedend tegen Tante Jet;
‘Koffie is nog niet gezet!
Luie Let ligt nog in bed!!’

‘Weet je wat,’ zegt Tante Jet
Goedig tegen boze Bet,
‘Eer die luie Tante Let
is gekrabbeld uit haar bed,
Hebben wij ze zelf gezet,
hebben wij ze ingeschonken,
hebben wij ze opgedronken,
op haar neus kijkt luie Let!’

Zo gezegd en zo gedaan.
Luie Let is opgestaan,
Vond de koffie al gezet,
Opgedronken al te met!

Maar — die goeie Tante Jet
(zei ’t maar niet aan boze Bet!)
Had voor luie Tante Let
Stil een kopje weggezet.

HOE DE DIEREN SAMEN PRATEN
’t Koetje roept van moe! boe!
’t Kalfje antwoordt: meu! beu!
’t Schaapje doet van mee! bee!
’t Lammetje antwoordt: mè! bè!
Zo praten ze met elkander.
Meer vertellen kunnen ze niet,
maar de een verstaat de ander.
405

Nederlandse Kinderpoëzie uit 1000 en enige gedichten verzameld door Gerrit Komrij’s 2007 Prometheus Amsterdam

Nellie van Kol (‘s-Hertogenbosch12 december 1851 – Utrecht1 februari 1930) was een Nederlandse feministe, pedagoge en kinderboekenschrijfster die werd geboren als Jacoba Maria Petronella (Marie) Porreij. Zij werkte gedurende enkele jaren als onderwijzeres (1871-1876), onder andere op de kostschool van de Hernhüttersgemeente in Gnadau (Duitsland) en als gouvernante in Nederlands-Indië.

In Indië trad ze op 27 juli 1883 in het huwelijk met de ingenieur en socialist Henri van Kol. Ze kregen twee kinderen: Lili (geboren in 1886) en Ferdi (geboren in 1891). Lili was de moeder van Heinz Polzer, beter bekend als Drs. P. Zij schreef aanvankelijk voor socialistische bladen. Vanaf 1901 richtte Nellie zich op het christendom. Zij publiceerde toen in bladen als De Strijdkreet van het Leger des Heils. Ook was zij oprichtster en redactrice van De Vrouw (1893-1900), het kindertijdschrift Ons Blaadje en de Volkskinderbibliotheek (1901-1913). En zij schreef ‘Wat zullen de kinderen lezen?’ in: De Gids (1899)

BAKERRIJMEN EN KINDERLIEDJES Nellie van Kol

BAKERRIJMEN EN KINDERLIEDJES Nellie van Kol

vervolg schommelen

Veertig — vijftig! Nu gezwind
ik er af! Piet volgend kind
mag er, schommele-schommel-schop,
óók een vijftig tellen op.


Dertig, veertig, vijftig keer
eventjes 6p en dan weer néér,
eventjes néér en dan weer óp, —
leve de schomrnele-schommel-schop!


EEN KOFFIEPRAATJE
‘Tante Jet,’ roept Tante Bet,
‘is de koffie al gezet?’
“k Weet het niet,’ zegt Tante Jet;
“k vraag het gauw aan Tante Let.’
‘Tante Let,’ roept Tante Jet,
compliment van Tante Bet,
of de koffie is gezet?’
Lieve help!' roept Tante Let,
"k Lig nog vierkant in mijn bed!
Leve beste Tante Jet,
Compliment aan Tante Bet,
koffie is nog niet gezet!'
'Tante Bet!' roept Tantje Jet,
Compliment van Tante Let:
Koffie is nog niet gezet;
Vierkant in haar bed ligt Let.’
404

Nederlandse Kinderpoëzie uit 1000 en enige gedichten verzameld door Gerrit Komrij’s 2007 Prometheus Amsterdam

BAKERRIJMEN EN KINDERLIEDJES Nellie van Kol

BAKERRIJMEN EN KINDERLIEDJES anoniem en Nellie van Kol

Kraaigat, maaigat,
Dikgat, vetgat,
Vogel-af!

Eikelrood
Zonder lood,
Koeke merelle
Zonder bellen,
Trees
Bees
Stekelbees!
Een, twee, drij,
Af zijt gij.


Nellie van Kol
1851-1930
SCHOMMELEN
Schommele-schommele-schommele-schop,
eventjes néér en dan weer óp,
eventjes óp en dan weer néér,
dertig, veertig, vijftig keer!
Ik wou wel tot honderd toe!
Ik ben ’t schommelen niet gauw moe!
Maar de vriendjes, schommele-schop,
willen er óók zo dolgraag op!
403

Nederlandse Kinderpoëzie uit 1000 en enige gedichten verzameld door Gerrit Komrij’s 2007 Prometheus Amsterdam

BAKERRIJMEN EN KINDERLIEDJES anoniem

BAKERRIJMEN EN KINDERLIEDJES anoniem

[AFTELRIJMPJES]
Holleke, bolleke,
Rubes-holleke,
Holleke-bolleke,
Knol!

Ariboedijne,
Kalifikatsjoe,
Sextintsjoe,
Kalifakatsjoe,
Follafollagetta,
Sextintsjoe!

mom, denom, dij,
Katze vis á vij.
Kwezel, kwezel,
Kerawezel,
Jan Baptiste de snuifbok,
Bim bom luidom,
Kiske la bedidom.


Unom, dunom, dérrom,
Katrom, serom, sérrom,
Serfereaan, dikkelamaan,
Hennegat, pennegat,
402

Nederlandse Kinderpoëzie uit 1000 en enige gedichten verzameld door Gerrit Komrij’s 2007 Prometheus Amsterdam

BAKERRIJMEN EN KINDERLIEDJES anoniem

Onze Vader, die in de hemelen zijt,
Peetje was zijn kousen kwijt,
Hij ging er naar gaan zoeken,
Hij vond een bolleke koeken,
Hij stak het in zijne mond,
En ’t was al peerdestront.


[KWELVERTELSEL]
Daar kwam een verken en een hin,
Mijn vertelselken is in ’t begin;
Daar kwam een verken en een kalf,
Mijn vertelselken is half,
Daar kwam een verken met nen lange snuit,
En mijn vertelselken is uit.


[anders:]
Meulen, meulen,
Een paard met een veulen.
Een vrouw met een kind:
Mijn liéken begint.
Een koei met een kalf:
Mijn Heken is half.
Een trompet met een fluit
Mijn liéken is uit.
401

Nederlandse Kinderpoëzie uit 1000 en enige gedichten verzameld door Gerrit Komrij’s 2007 Prometheus Amsterdam

BAKERRIJMEN EN KINDERLIEDJES anoniem

Rijke rijke juffertjes die dragen lange mouwen,
Hansje wilt we trouwen?
Hansje met haar linkerpoot
Sloeg de arme meester dood.
Wie zal ons nu leren?
Onze Lieve Here.
Wie zal ons nu te drinken geven?
Sint Jan, Sint Jan,
Uit de vergulde pijpkan.


Kindje in ’t water, kindje in ’t water,
Ik heb het horen plompen;
Had zij haar hoofdje bovengestoken
Dan was zij niet verdronken.
Eén koppel, twee koppel,
Stuurman, hou-je kapertje wel
Hoeveel heb-je gevangen?
Twee korte en twee lange,
Is dat niet wel gevangen?


[TWEE GEBEDJES]
’s Avonds, als ik slapen ga,
Volgen me zestien engeltjes na:
Twee aan mijn hoofdeneind,
Twee aan mijn voeteneind,
Twee aan mijn rechterzij,
Twee aan mijn linkerzij,
Twee, die mij dekken,
Twee, die mij wekken,
Twee, die mij leren
De weg des Heren,
Twee, die mij wijzen
Naar ’s hemels paradijzen.
400

Nederlandse Kinderpoëzie uit 1000 en enige gedichten verzameld door Gerrit Komrij’s 2007 Prometheus Amsterdam

BAKERRIJMEN EN KINDERLIEDJES anoniem

vervolg

En van die oeme melk, doeme melk, kette krimme kroeme melk
Boterde ze oeme boeter , doeme boter, kette krimme kroeme boter
En met die oeme boter, doeme boter, kette krimme kroeme boter
Ging ze naar de oeme mét, doeme mét, kette krimme kroeme merkt
En op die oeme mét, doeme mét, kette krimme kroeme mét,
Ontving ze oem geld, doem geld, ket-krim-kreom-geld,
En met dat oem geld, doem geld, ket-krim-kroem-geld
Koch ze heur nen oeme rok, doeme rok, kette krimme kroeme rok
En die oeme rok, doeme rok, kette krimme kroeme rok
Deed ze aan heur oem gat, doem gat, ket-krim-kroem-gat

Burgemeester,
Boom en heester,
Heester en boom,
Zadel en toom,
Toom en zadel,
Hus en haal,
Haal en hus,
Stoel en tus,
Tus en stoel,
Water en poel,
Poel en water,
Kat en kater,
Kater en kat,
Kat en muis,
Muis en worm,
Wind en storm,
Kalf en kind,
Kind en kalf,
Heel en half,
Half en heel,
Os en gareel,
398

Nederlandse Kinderpoëzie uit 1000 en enige gedichten verzameld door Gerrit Komrij’s 2007 Prometheus Amsterdam

BAKERRIJMEN EN KINDERLIEDJES anoniem

t’Avond aan mijn poortje,
Als mijn poortje zal openstaan.

Alzo rijdt menheere
Met zijn beste klere;
Alzo rijdt mevrouwe
Met haar beste mouwe;
Alzo rijdt de kamerling
Met zijn paardeke hinkepetsjink;
En alzo rijdt de zot,
Met zijn paardeke hottepetot!

Palm, palm-pasen!
Hei, koerei!
Nog maar ene zondag,
Dan krijgen wij een ei!
Eén ei is geen ei;
Twee ei, een half ei;
Drie ei een Paasei!

Daar was ne keer
Een oem vrâ doem vrâ, kette krimme kroem vrâ
En die oem vrâ, doem vrâ, kette krimme kroem vrâ
Had een oeme koe, doeme koe, kette krimme kroeme koe,
En die oeme koe, doeme koe, kette krirnme kroeme koe
Gaf oeme melk, doeme melk, kette krinune kroeme melk

wordt vervolgd
397

Nederlandse Kinderpoëzie uit 1000 en enige gedichten verzameld door Gerrit Komrij’s 2007 Prometheus Amsterdam

BAKERRIJMEN EN KINDERLIEDJES anoniem

BAKERRIJMEN EN KINDERLIEDJES anoniem

Rijdt er m;;ee naar Romeschele,
Romeschele en is niet thuis;
Rijdt er mee naar ’t achterhuis,
’t Achterhuis is gesloten;
Rijdt er mee naar de kamode;
De kamode is veel te nat.
De wever en kan ’t niet weven,
De bleker en kan ’t niet bleken,
De kwakkel en de lawerke
Timmerden daar ’n kerke;
Als de kerke getimmerd was,
Dan kwam er ene appel
En ene vorten kwappel.
Ze smeten die appel al in de zee,
Dat de kerke sprong in twee!
Jeezeke zat op moeders schoot,
Met tinnen lepels en wittebrood.
Bloed, bloed, verkensbloed,
Wat zou’n we mee al die beulinge doen?
De beulinge werpen op strate!
»rij uren in ’t ronde,
Vloeken en zweren is zonde!

Achter de Reppermondse toren
Daar ligt een katteke dood,
Al met zijn steertje afgeschoren
En ’t ligt met zijn holleke bloot;
Tantiter, tantiter,
Van kropsalaai en ander goed,
En wilde mij niet geloven,
0! gij ’n armen bloed.
’t Zal wel gaan, ’t zal wel gaan,
’t Avond aan mijn poortje.
Als mijn poortje zal openstaan.
396

Nederlandse Kinderpoëzie uit 1000 en enige gedichten verzameld door Gerrit Komrij’s 2007 Prometheus Amsterdam

BAKERRIJMEN EN KINDERLIEDJES anoniem

BAKERRIJMEN EN KINDERLIEDJES anoniem

Die vink die zong er een lied
Een schoon lied,
Een liefelijk lied,
Het lied dat zong de vink,
De vink kwam van het ei,
Het ei lag in de nest,
Enz., enz.


HET REUZENLIED
Moeder, zet de pap op ’t vier, de pap op ’t vier,
De reus is hier.
Keert u eens om, reusken, reusken,
Keert u eens om,
Reuzegom.
Moeder, stopt algauw het vat, algauw het vat,
De reus is zat.
Keert u eens om, reusken, reusken,
Keert u eens om,
Reuzegom.

Rietsela, rietsela, schijve,
Laat er dat meuleke maar drijven
Al in de zee, koppegespin,
Appels en peren, krieken en noten,
Roomse boom.
Slaat er dat eitje al van de nest,
Dat er dat eitje borst,
’t Zou er wel honderd pond kosten;
Honderd pond is veel te vele,
395

Nederlandse Kinderpoëzie uit 1000 en enige gedichten verzameld door Gerrit Komrij’s 2007 Prometheus Amsterdam