De Pruimenboom  H. Van Alphen Wanneer ik eens groot ben. Pr. Van Duyse

De Pruimenboom

H. Van Alphen

Jantje zag eens pruimen hangen,
O, als eieren zoo groot!
’t Scheen, dat Jantje wou gaan plukken,
Schoon zijn vader ’t hem verbood.
Hier is, zei hij, noch mijn vader,
Noch de tuinman, die het ziet;
Aan een boom, zo vol geladen,
Mist men vijf, zes pruimen niet.
Maar ik wil gehoorzaam wezen,
En niet plukken; ik loop heen.
Zou ik, om een handvol pruimen,
Ongehoorzaam wezen? Neen.

Voort ging Jantje; maar zijn vader,
Die hem stil beluisterd had,
Kwam hem in het lopen tegen,
Vooraan op het middenpad.
Kom, mijn Jantje, zei de vader,
Kom, mijn kleine hartendief!
Nu zal ik u pruimen plukken;
Nu heeft vader Jantje lief.
Daarop ging Papa aan ’t schudden,
Jantje raapte schielijk op;
Jantje kreeg zijn hoed vol pruimen
En liep heen op een galop.

Uit: Kleine gedichten voor kinderen

Wanneer ik eens groot ben.

Pr. Van Duyse

Wanneer ik eens groot ben, o Moederke zoet,
Dan gaat gij geen ogenblik langer te voet;
Dan rolt uit mijn spaarpot al ’t geld tegelijk;
zegt Papa, die wordt stellig eens rijk.
Dan ga ‘k met U rijden, net als een vorstin,
In een koets met vier paarden, straat uit en straat in.
zegt mijn zweep, en roept mijn mond.
Dan rijden wij samen de wereld eens rond.
Eens droeg gij, Mamaatje, uw kind op uw schoot;
Dan ga ik U rijden… Och, was ik maar groot!
Nieuwjaarskaartje verstuurd 1918 gpost dede209

Toen de oorlog gedaan was werden er eindelijk terug kaartjes verstuurd in België

Advertenties

DE KLEINE VIESNEUS. FRANS LIEKENS.

DE KLEINE VIESNEUS.

FRANS LIEKENS.

Daar zit aan de tafel en gans uit zijn schik,
De kleine Jan-Viesneus, de Schoteltje-pik.
De erwtjes, ze zijn voor ons ventje te groot,
De ze zijn nog te hard en niet rood;
Het vlees is niet mals en voor Jantje te rauw,
De soep was te zout en het bier is te flauw.

Kom Jantje ! zegt moeder wat pekens kom hier
Och moedertje ik lust ze geen zier.
Een schelletje vlees zie het smelt in mijn mond.
En pekens, mijn jongen ze zijn zo gezond .
Maar Jantje blijft kniezen en moppert maar toe:
Ik eet niet ik eet niet ik mag het niet moe!

En ’t vlees en de pekes, ’t blijft alles daar staan,
Als vader en moeder reeds hebben gedaan;
De hond wacht op beetjes en kwispelt zijn staart,
Als vader hem zegt: ‘k Heb voor Fox wat bewaard
En vader neemt ’t bordje van viesneuze Jan,
Hem zeggend: Ik mag ’t niet, die woont hier niet man!

(Uit: Ons Woord”, 1904.)

nieuwjaarskaartje verstuurd 1918 frgr2m5 furia 1938s

WAAROM? Nellie DOMME HANS. Fred Berens

WAAROM?

Nellie

De regen viel in stromen neer;
’t Was vat men noemt <<echt hondenweer *.
Heel kalmpjes kwam daar dikke Daan
Den natten straatweg langs gegaan.
<<Zeg, man,>> riep dravend magere Piet,
<<Voelt gij de zware regen niet?
Loop, kerel, maak een beetje haast!>>
<<Waarom?>> vroeg Daantje, heel verbaasd;
<<Maak gij maar benen voor mijn part, –
Het regent ginder even hard! >>
(Ult: ,,Klein k1euterke)
DOMME HANS.

Fred Berens
Hansje-gansje deed niet wijs,
Hij wou lopen op het ijs.
Moeder zei: <<Het draagt u niet.>>
Vader zei: << Ge waagt het niet!>>
Maar diezelfden middag nog
Deed die Hans het tóch.
In het eerst ging alles goed
En dat gaf ons Hansje moed;
Maar daar kwam hij bij een wak
En daar hoorde .hij een krak:
Plomp, schoot hij het water in
Nu had Hans zijn zin.
Wel kwam onze stoute guit
Levend nog het water uit,
Maar hij droop toch van het nat
En was natter dan een kat;
Dadelijk bracht men hem naar huis
Wat een schrik daar thuis.

Gauw werd Hans naar bed gebracht,
En hij sliep de hele nacht.
O, wat had die Hans een spijt
Van zijn ongehoorzaamheid!
Nimmer deed hij zoo iets weer –
’t Was een goede leer!

(Uit; ,Vijf en twintig liedjes”.)

Kaartje verstuurd rond 1917 gpost furia843

Pietje en de klok Rie Cramer Ons klokje H. Van Tichelen

Pietje en de klok

Rie Cramer

Met een vingertje in de mond
Staat Pietje voorde klok
Telkens als ze slaat dan komt
koekoek uit zijn hok
Deurtje open deurtje toe
Koekoe

Weet ge wel, wat Koekoek zegt?
Pietje moet naar bed!
Hoort ge wel, ’t is zeven uur,
Uit is nu de pret.
Oogjes open – oogjes toe…
Koekoe !

Uit: Winter
ONS KLOKJE,

H. Van Tichelen
Daar hangt een aardig klokje
Aan onze kamermuur,
Dat tiktakt, tiktakt vriendelijk,
Geregeld, uur aan uur.
De mooie koperen slinger
Slaat deftig steeds de maat;
De wijzer kruipt geduldig
Langs de oude wijzerplaat.
En is een uur verstreken,
Dan piept door ’t deurtje, zacht,
Een lieve kleine vogel
Die koekoek! koekoek! lacht.
Mijn vriendjes >>, wil hij zeggen,
Werkt vlijtig steeds en vlug;
Want kom ik wel eens kijken
De tijd komt  nooit terug.

Uit Versjes en liedjes voor ’t jonge volk

kaartje verstuurd rond 1917 gpost emc

Al onder een  parapluutje, S.Maathuis-Ilcken, Twee Vrienden, A Sutorius

Al onder een  parapluutje,

S.Maathuis-Ilcken
Al onder een  parapluutje,
Daar zag ik vier stappertjes gaan,
Vier kleine, vier kleine stappers:
Waar kwamen die wel vandaan?
Die hoorden er aan twee kleuters,
Die heetten Marietje en Piet,
En van die twee peuters zag je…
De beentjes, en meer niet.
Twee Vrienden

A Sutorius
Klein zusje zit in ’t zonnetje
Zich lekkertjes te warmen
Klein zusje zit in ’t malse groen,
Haar beertje in haar armen.
Dat beertje is al heel, heel oud,
Het heeft zijn staart verloren,
En Doezie beet zijn staartje stuk,
En poes trok aan zijn oren.
Maar toch, hoe vuil ook iedereen
Die ouden beer mag vinden,
Zus zegt: <<Wij blijven altijd door
Twee hele, dikke vrienden.

Kaartje verstuurd rond 1917 gpost dix1064 2

SINTERKLAAS. G.W. Lovend PIETJE PIEREWIETJE. Rie Cramer

SINTERKLAAS.

G.W. Lovend

<<Moeke, als Sinterklaasje komt,
Moet ge een zweep hem vragen,
En bestel hem dan meteen
Ook een flinke wagen.
Bij een wagen hoort een tuig:
Zult ge ’t niet vergeten?
En bij ’t tuig een sterke bok:
Dat zal Klaas wel weten.>>
<<Maar als Sinterklaas ‘reis zegt:
‘k Wil niet zijn gedwongen?>> –
<<Toe, lief Moeke, zeg hem dan:
’t Is zo’n flinke jongen.>>

uit Lentedagen

PIETJE PIEREWIETJE.

Rie Cramer

Pietje, Pierewietje,
Wees toch niet zoo stout!
En doe je warme jasje dicht,
Want zo is ’t veel te koud!
Pietje Pierewietje,
Wees toch niet zo dom!
En doe, vóór je naar buiten gaat,
Je wollen dasje om!
Pietje Pierewietje,
Wees toch niet zoo kwaad!
Wanneer je straks verkouden wordt,
Dan is het weer te laat

uit Klein Klein kleutertje

Nieuwjaarskaartje verzonden rond 1917

Ook Niet Dom H Bruining S. Abramsz

Ook Niet Dom

S. Abramsz
<<Als ik groot ben, word ik zeeman >>,
Zei de kleine Piet.
<<Broertje, broertje >>, zei Margootje,
<<Doe dat liever niet!
Word maar liever koekenbakker,…
Dan word ik je vrouw,
En de taartjes, die we bakken,
Zijn voor mij en jou!>>

(Uit: .,Lachjes en traantjes”.)

DE KEUKENMEID
Mijn zusje heeft een keukentje,
Daar is van alles in:
Een schoorsteen om te roken,
Een potje om te koken,
En ook een kleine koekepan
Waarin ze koeken bakken kan;
’t Is alles even net!
Mijn zusje speelt er dikwijls mee,
Dan is ze keukenmeid;
Eerst gaat ze groenten halen,
Dan moet ze koffie malen,
Het water giet ze in de kan,
Het eten doet ze in de pan
Wat heeft mijn zusje pret!

H Bruining

uit gedichten voor kinderen

nieuwjaarskaartje gepost 1917 gpost serie39